woensdag 11 mei 2022

Scheiding

Vlak voordat Jimmy Carter in 1979 zijn beroemd geworden ‘malaise-speech’ hield, ontving hij een brief van een zekere John Walter. Deze brief zou de reden zijn geweest dat Carter zijn haarscheiding voorgoed verlegde van rechts naar links op zijn hoofd. De televisietoespraak ging over vertrouwen en misschien ging de verandering van haardracht daar ook wel over. John Walter was namelijk de grondlegger van de haarscheidingstheorie die beweert dat wáár iemand zijn of haar scheiding draagt van grote invloed is op het succes van die persoon.

Jimmy Carter verlegde zijn scheiding

Walter kwam tot zijn theorie toen hij zelf als tiener had ondervonden wat een scheidingsverandering teweeg kan brengen: het had zóveel positieve uitwerkingen dat hij er zijn levenswerk van maakte. De theorie gaat uit van het idee dat de haarscheiding onbewust de aandacht vestigt op dat deel van het brein. De linker hersenhelft wordt traditioneel geassocieerd met mannelijkheid, logica en verbale vermorgens, met populariteit en succes - de rechter helft juist met meer vrouwelijke eigenschappen als visuele en artistieke voorkeuren.

Samen met zijn vrouw onderzocht Walter zelfs de correlatie tussen haardracht en politieke successen van Amerikaanse politici. Hun conclusie: rechtsdragende presidenten zoals Buchanan, Harding, Tyler en Arthur behoren tot de slechtst beoordeelde of minst belangrijke. De periode 1889-1969 daarentegen, werd juist gedomineerd door linksdragende presidenten - het wekt geen verbazing dat het land zich in die periode juist ontbolsterde tot supermacht. John F. Kennedy droeg de scheiding links, zijn broer Bobby rechts, in lijn met hun karakter zou je kunnen zeggen. Nog eentje: Hilary Clinton draagt links en benadrukt daarmee succes, intelligentie en betrouwbaarheid.

Opmerkelijk: acteur Christopher Reeves droeg zijn scheiding als de zachtaardige Clark Kent rechts, maar als Superman verlegde hij die naar links. Als je het eenmaal ziet, kan je het niet meer niet zien. 

Walter blies zelfs een haast vergeten idee nieuw leven in. Al in 1887 had John Joseph Hooker patent aangevraagd op een mirror for true and positive reflections - een spiegel dus, die niet een gespiegelde, maar een echte weergave van de werkelijkheid biedt. Niemand zag er brood in, maar zo’n honderd jaar later pakte John Walter het idee op en herdoopte het tot True Mirror. We kennen het van foto’s: plotseling zie je hoe je er écht uitziet en soms is dat schrikken. Niet alleen de balans in haardracht, maar ook in bijvoorbeeld iemands glimlach (naar rechts is warm en liefdevol; naar links koud en sarcastisch) is van niet te onderschatten belang, aldus Walter.

de werking van een 'non-reversing mirror', bron

Ik hield een aantal van mijn leerlingen een spiegel voor door over hun scheiding te beginnen en vergeleek hun kapsels met die van historische figuren. ‘Mijn kapper zegt dat het vooral te maken heeft met de plek van je kruintje’, zei één van de jongens. Enigszins een dooddoener natuurlijk, maar misschien moet ik er inderdaad ook niet veel meer achter zoeken.

Gepubliceerd in Kleio 3, jaargang 63, mei 2022

Deze column is ook een vooruitblik naar aflevering 2 van de podcast Doodgewone Geschiedenis (luister op Spotify al de eerste aflevering over thee)

     

vrijdag 25 maart 2022

Langzaam lesgeven

Ik had me verzoend met het feit dat ik tot een uitstervend soort docenten behoor, maar wat blijkt, ik ben ontzettend modern! Ik leefde in die deerlijke veronderstelling, omdat ik me nog zelden waag aan didactische nieuwigheid. Niet dat ik daarvan de meerwaarde niet zie, maar het kost me gewoon moeite. Dat geschuif met tafels en stoelen, het knippen en plakken, expertgroepjes, leerlingen als docent, de flip-overs en post-its, het lawaaiige groepswerk, kortom het uit handen geven van de controle – nee, ik hou er niet van. Doe mij maar klassiek klassikaal: frontale uitleg, aantekeningen, vragen stellen, vingers omhoog en daarna aan het werk. Maar wat schetst nu mijn verbazing: ik doe weer gewoon mee in de voorhoede van het onderwijs! Dat wat ik al jaren doe heet klaarblijkelijk slow teaching. Mooi!

Je hoort vaak zeggen dat de concentratiespanne van leerlingen ultrakort is – na tien minuten uitleg kun je beter stoppen. De docent zou daarom meer een coach aan de zijlijn moeten zijn; samenwerkend, ontwerpend en onderzoekend leren werden sleutelbegrippen, maar in deze moderne didactiek verwerd de leraar tot een stomme figurant.  

Aantekeningen geven mag weer 

Maar zie, de klassieke docent is terug van weg geweest. Bij slow teaching staat de presentatie van de lesstof centraal en daarmee ook het geven van aantekeningen, het stellen van vragen aan de klas en het laten maken van samenvattingen. Natuurlijk moet niet alles in één klap op het scherm, maar de stof dient in brokken aangeboden te worden. En dat doe je op het schoolbord! Het lijkt potverdorie wel lesgeven waar we het over hebben!

De Brit Jamie Thom publiceerde in 2018 er voor het eerst over en anderen, zoals de Nederlander Marcel Schmeier, gingen daar mee aan de wandel. Hun werk zit vol open deuren. Naast de focus op aantekeningen, herhaling en samenvattingen moet er niet teveel afleiding in het lokaal zijn, je moet werken aan je relatie met de leerlingen, er moeten lange-termijn-doelen gesteld worden, je moet complimenten geven en duidelijke regels en routines hanteren. Werkelijk? Zijn dit nieuwe inzichten?  

Het deed me denken aan wat een intussen gepensioneerde collega eens zei: ‘Jelte, ik kan mijn brevetten, oorkondes, certificaten en diploma’s gewoon laten rouleren in mijn bureaula, mettertijd komen dezelfde cursussen als vanzelf weer boven op de stapel te liggen.’

Onderwijsvernieuwing blijkt vaak vooral een overbodige stoorzender. Tabletscholen keerden terug op hun schreden, leerpleinen werden weer ommuurd en straks heeft de docent als coach ook afgedaan. Uiteindelijk draait onderwijs simpelweg om inspirerende docenten die hun vak verstaan.

Gepubliceerd in Kleio 2, jaargang 63, maart 2022

zondag 6 februari 2022

Actie en reactie

Geschiedenis is een keten van acties en reacties, maar zo helder als dat klinkt, zo diffuus is die causaliteit vaak gebleken. Meer dan eens verraste de geschiedenis ons en bleek ze een onvoorspelbare machine. We gooiden er iets in en het kwam er jaren later onherkenbaar weer uit als een burgeroorlog, voedseltekorten of nieuwe grenzen. Het zijn deze onvoorziene, onbedoelde langetermijngevolgen die ons af en toe een lelijke streek leverden, dat is waar. Sommige politieke leiders kijken daarom liever naar de gevolgen, naar de ontstane crises en reageren dáárop, in plaats van naar de oorzaken.

Maar zijn we niet steeds beter in staat enige sturing te geven aan de geschiedenis? In de loop van de tijd hebben we allerlei knoppen, schakels en metertjes aangebracht op de tijdmachine. We rekenden af met God en bijgeloof en namen het heft in eigen handen. We gingen de natuur begrijpen en controleren, de verlichting bracht ons het geloof in maakbaarheid, we hielpen democratisering op gang en maakten technologische sprongen - we stelden onszelf in staat de geschiedenis af en toe een duwtje in de goede richting te geven, omdat we processen en wetmatigheden begrepen

In de loop van de tijd hebben we allerlei knoppen,
schakels en metertjes aangebracht op de tijdmachine.

In de loop van de 19e eeuw kwam daar het wetenschappelijke vakgebied van de sociologie bij: we begrijpen steeds beter hoe samenlevingen werken en hoe menselijk gedrag zich verhoudt tot bestaande (machts)structuren en wat sociale cohesie en gelijkheid bevordert en wat juist niet.

Maar Mark Rutte moet niets hebben van sociologie, hij heeft er naar eigen zeggen zelfs een ‘hekel’ aan. Hij noemde institutioneel racisme ‘sociologisch jargon’ en bij rellen wil hij niet ‘zoeken naar sociologische oorzaken’. Des te opvallender is het dat sociologie en sociale studies juist afgelopen jaar de snelst groeiende studies waren aan Nederlandse universiteiten. Je zou er haast een tegenreactie van Generatie Z in kunnen zien: als onze leiders de oorzaken van crises niet willen bestuderen en meenemen in hun oplossingen, dan doen we het zelf wel. 

Je verwacht van een historicus dat hij gevoel heeft voor causaliteit, maar niets is minder waar. Onze premier is in de eerste plaats een crisismanager die zich bezighoudt met een ‘politiek van gevolgen’ zoals Mathieu Segers dat in De Groene noemde. In een rammelende samenleving is hij de belichaming van het geloof in het superieure individuele geluk van het hier en nu - de geschiedenis is vooral een sta-in-de-weg. We kunnen wel naar de oorzaken kijken, maar daar is het nu te laat voor, het is al gebeurd. Laten we kijken naar wat de gevolgen zijn en daar op managen. We gaan meten, want dat is weten, maar weigeren te begrijpen.

Het is nooit te laat voor geschiedenis. Het negeren van (historische) achtergronden dat inherent is aan deze ad hoc managementstijl levert de samenleving de ene crisis na de andere op: een stikstofcrisis, een woningcrisis, een toeslagencrisis, een aardbevingscrisis en ga zo maar door. Deze ‘politiek van gevolgen’ die historische en sociologische verklaringen miskent is kortom een asociale politiek zonder geloofwaardige basis. 

Gepubliceerd in Kleio 1, jaargang 63, februari 2022