donderdag 14 november 2024

Het moet altijd maar meer zijn

 ‘Ja, want wij kunnen alles eigenlijk worden en zij niet’, zei de gymnasiast uit klas 3 zonder blikken of blozen, toen ik vroeg of de tegenstelling hoogopgeleid versus laagopgeleid een terechte was. Ik moest lachen. Dus jij kan ook elektromonteur worden na je examen, vroeg ik. Nee, dat misschien niet, erkende de jongen. Toen ik daarna vertelde over een vriend van mij die met zijn klusbedrijf met minder uren meer verdient dan ik, werd het stil in de klas.

Ik was vroeger ook in de veronderstelling dat mijn geluk werd bepaald door mijn lees- en leervermogen. Alsof het hoe dan ook wel goed zou komen, omdat ik op het zogenaamde ‘hoogste’ niveau presteerde. Intussen weet ik, zoveel levenslessen later, dat geluk en succes niet afhangen van een theoretische opleiding.

Toch is onze wereld doordrenkt van die gedachte. Niet alleen is het ‘hoogste’ opleidingsniveau het beste, ook kampen we met een hardnekkig geloof in vooruitgang, groei en winst. Het moet altijd maar meer zijn. We hebben zelfs een minister voor groene groei, ook al is dit volgens menigeen een contradictio in terminis. Ontgroeien (‘degrowth’) is de enige groene weg volgens veel klimaatwetenschappers.

we geloven hardnekkig in vooruitgang, groei en winst

We geloven zelfs dat het ons komt aanwaaien, die welvaart. Door dat vooruitgangsgeloof leunen we te veel achterover, zegt cabaretier-filosoof Tim Fransen in zijn laatste boek ‘In onze tijd: Leven in het Calamiteitperk’. We moeten weer deugdzame, betrokken burgers worden om de democratie te redden. We zijn ingedut en vooral met onszelf bezig, want tja, dat zou immers goed zijn! Het geloof dat als iedereen zijn eigenbelang nastreeft dat dan de gemeenschap mee profiteert, komt uit de koker van Verlichtingsdenkers als Adam Smith, maar kreeg extra brandstof in de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Er was immers geen andere optie dan het individualisme en marktdenken van het neoliberalisme ‘There is no alternative’, aldus Thatcher.

En ondertussen groeiden jongeren op met het idee dat het in het eigenbelang was om het hoogste na te streven. Je zou immers, zoals mijn leerling ook zei, ‘alles kunnen worden’. Ouders dachten dat ook en als het even niet lukt en als het betaalbaar is, dan is het vwo misschien ook haalbaar via een huiswerkinstituut of bijlesbedrijf.

Vooruitgang? Groei? Winst? Het is niet vanzelfsprekend en niet nastrevenswaardig. Groei gaat altijd ten koste van iets. Is het niet de ander, dan is het wel ten koste van de planeet. De gemeenschap profiteert helemaal niet, want de ongelijkheid neemt toe - niet iedereen kan bijles betalen - maar óók in de hoofden van mensen. VMBO-leeringen vóelen zich minder waard, laat onderzoek zien. En we hebben ze keihard nodig! Er is een enorm tekort aan praktische mensen. Van de bouw tot de zorg.

Meer en hoger is niet per definitie vooruitgang voor een individu of een samenleving. En vooruitgang komt bovendien niet zomaar aanwaaien - daar is iedereen voor nodig en het komt iedereen toe. 

--
Gepubliceerd in Kleio no 6, jaargang 65, november 2024

zondag 7 juli 2024

Historisch kroegcollege

Het is intussen meer dan twaalf jaar geleden dat ik samen met collega Herman een kroegcollege organiseerde in een paviljoen aan de oever van de Leijen, het ondiepe laagveenmeer in Zuidoost Friesland. We gaven toen aan zo’n 60 leerlingen college over onze stokpaardjes binnen de examenonderwerpen en speelden als toegift een lied van Bob Dylan. 

Herman was een fantastische collega - hij reed motor, maakte zijn eigen geweerlopen, schoot daarmee eens per ongeluk een geweldig gat in zijn schuur, gaf Duits en geschiedenis en had lak aan regels, maar hij is intussen naar de eeuwige jachtvelden gegaan. Ik moest, zoals wel vaker, aan hem denken en toen bedacht ik: het is weer tijd voor een kroegcollege, in de geest van Herman. 

Mijn collega en ik besloten de examenkandidaten uit te nodigen voor een pubquiz in café de Keyzer, in de Ellebogenbuurt van Groningen. Zelf kwamen we er regelmatig als student, maar de bruine kroeg bleek bij binnenkomst niet meer de plek van onze herinnering. Hier en daar hingen nog wel de Napoleon-parafernalia die we herkenden, maar veel leek al van de muren gehaald. Er hing een bedrukte sfeer. Paul, de baas, een zestiger, zei: 'Jullie hebben mazzel, eigenlijk ben ik dicht.’ Wat we niet gelijk, maar pas na enig doorvragen begrepen: de Keyzer ging definitief de deuren sluiten. De nieuwe verhuurder had de huur met zo’n 1200 euro verhoogd en dat kon Paul niet ophoesten. Hij was zichtbaar in de mineur. 

'Jullie hebben mazzel, eigenlijk ben ik dicht.' (sikkom.nl)

Het was de kroeg zelf ook aan te zien. Niet alleen was de Napoleon-gekkigheid achter de bar verdwenen, op de door ons gereserveerde bovenverdieping troffen we een omgevallen tafel, kapotte en gestapelde stoelen, confetti, vergeelde slingers - alles onder een laag stof bedekt. Het laatste feestje was al een tijdje geleden en van opruimen was het duidelijk niet meer gekomen. We konden beneden terecht, de kroeg was toch leeg. Het biertje dat Paul ons tapte smaakte naar vergeten leidingen, maar, en dat was een opsteker, de kastelein was Napoleon-kenner en kreeg weer een glinstering in de ogen toen we hem vertelden dat verschillende vragen over de kleine keizer zouden gaan. Hij wist ze inderdaad (over Napoleons zinken bad, over zijn geschreven wens aan Josephine zich niet te wassen) te beantwoorden en hij herkende de jonge Napoleon in de plaatjesronde. 

De opkomst was geweldig, bijna alle leerlingen die konden komen, waren er. De Keyzer zat stampvol, als vanouds. Paul gaf ons een microfoon, hij tapte ons nog een vies biertje, we drukten de oude beamer aan met een paraplu en we vlogen door de zeven rondes heen. Het werd een historische avond in een kroeg die voorgoed de deuren sluit, met Herman in de herinnering en met een groep geweldige leerlingen die ons straks zullen uitzwaaien op weg naar hun volgende leven. 

Deze column verscheen in Kleio 4, juli 2024

maandag 13 mei 2024

Tijd voor taal

Ik leidde onlangs een panelgesprek over de ontlezing. Onderzoeken laten het al lang zien, maar de laatste PISA-conclusies maken het zonneklaar: Nederlandse jongeren lezen niet meer goed. In de EU staat alleen Griekenland onder ons.
 
Ik toonde ter inleiding op het gesprek beelden van de kinderboekenweek van 1977, waarin kinderen praten over hun leesgewoonten. Het leverde gegniffel en ongetwijfeld weemoed op in de zaal, die gevuld was met taalliefhebbers. ‘Ik kies meestal een boek dat lekker dik is, anders heb je het zo snel uit’, zegt een jongen. Een meisje zegt: ‘Als je je verveelt, kun je gaan lezen’. Een ander meisje sluit af: ‘Het moet spannend zijn, met weinig plaatjes…’. 

Zo! Een voorkeur voor dikke boeken zonder plaatjes! We zijn een halve eeuw verder en een derde van de vijftienjarigen is onvoldoende geletterd om goed te functioneren op school en in de samenleving. Het zal die smartphone wel zijn, denken veel mensen, maar alle Europese kinderen hebben die, dus dat is het niet. 


In het gesprek dat ik had met Theo Witte, Marie-José Klaver en Hilleke Postma kwamen de echte oorzaken langs. Het ging voornamelijk over het vak Nederlands, maar veel klonk me als geschiedenisdocent bekend in de oren, zoals het lerarentekort, de lerarenopleiding (te weinig inhoudelijk), de schoolboeken (steeds minder tekst) en te lage leesverwachtingen. 


'Ik kies meestal een boek dat lekker dik is...' (bron: DvhN)
Tekstarmoede van 2004 naar 2023: een geschiedenismethode voor PO (bron: Marie-Jose Klaver)
Gelukkig ging het ook over (in goed Nederlands) ‘good practices’ in binnen- en buitenland. Op basisscholen als Het Stroomdal in Zuidlaren kan het wél. In Zuidlaren hebben ze de leesmethodes in de container gedonderd en het heft in eigen hand genomen. Periodes staan in het teken van een thema en daarbinnen wordt via ‘rijke teksten’ lesgegeven. De school ademt taal, de enthousiaste docenten lezen zelf ook meer en de resultaten zijn geweldig. Overigens, de doorstroomtoets wordt in drie weken voorbereid en zie, dat blijkt genoeg om door de hoepel te springen. 

Het vak Nederlands is saai, zeggen leerlingen. Het gaat te weinig over inhoud. Dat moet anders, maar laten we niet vergeten dat de Nederlandse taal het vehikel van de meeste vakken is, ook van geschiedenis. Binnen het tweetalige onderwijs is CLIL (content and language integrated learning) een vanzelfsprekendheid, maar gek genoeg lijken we de sleutelrol van taal in het Nederlandstalige onderwijs te zijn vergeten. Laten wij zaakvakdocenten er voor zorgen dat we onze leerlingen blijven uitdagen, niet met hapsnap-methodes en werkboeken, maar met (eigen) lesmateriaal, zoals taalrijke artikelen en schrijfopdrachten. Besteed tijd aan taal. Die vrijheid moet je pakken.


Gepubliceerd in Kleio 3, mei 2024


donderdag 28 maart 2024

Kliklijn

In 2019 opende Forum voor Democratie een kliklijn op de site van haar wetenschappelijke bureau. Het meldpunt was bedoeld om ‘linkse indoctrinatie’ aan te geven, zodat de “omvang van het probleem” in kaart gebracht kon worden. Bijna alle partijen keurden het idee af, maar Harm Beertema, de onderwijsman van de PVV, was enthousiast (‘Het is een goed idee, want het is mijn idee’). Intussen is Beertema boos vertrokken en de kliklijn van FvD onvindbaar.

Wie jong is en niet links stemt heeft geen hart, maar wie oud is en niet rechts stemt heeft geen verstand, hoor je wel eens zeggen. Wat het precies betekent weet ik niet, maar mijn leerlingen zijn jong en hebben meestal een goed hart. En ik heb blijkbaar geen verstand. 

Afgelopen schooljaar liet ik mijn zesdeklassers een vragenlijst invullen om feedback te geven op mij en mijn lessen. Wat ik terugkreeg was niet mals. De aanvullende-opmerkingen-sectie liet lezen: ‘Laat je er niet in meeslepen’, ‘Misschien iets minder tijd naar geopolitieke discussies’ en ‘Probeer met een open blik te blijven kijken’. 

Des te ouder ik word, des te meer voel ik de drang om het rechtvaardigheidsgevoel van mijn leerlingen te voeden. Als je geschiedenisdocent bent, dan weet je - hoewel dun gezaaid over de tijdlijn - dat rechtvaardigheid en solidariteit crisissen kunnen bezweren en dat onrechtvaardigheid juist niet zelden het water in de ketel doet koken. Ik wijs daarnaast op de toenemende ongelijkheid, klimaatverandering, de gevoeligheden in de zwartepiet-discussie, de achterstelling van minderheden en ga zo maar verder. Kortom, zou je kunnen zeggen, ik doe aan linkse indoctrinatie. 

Ik luister. Het gaat over Jelte Posthumus, mijn geschiedenisdocent. Wat is daarmee? Hij is een linkse deugkneus van de woke-brigade. Een klimaatdrammer bovendien. Wat is uw naam? (Stilte). U wenst anoniem te blijven? Ja.


Bah. Verklikken hoort bij totalitaire surveillance-regimes. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden zo’n 10.000 Joodse onderduikers in Nederland verraden, omdat een premie lonkte. DDR-burgers gaven in groten getale informatie door aan de Stasi over buren met verhuisplannen naar het westen - ze werden onderdeel van de surveillancestaat. Ik moet ook denken aan Pavlik Morozov, de jongen rond wie in de jaren ‘30 een cultus ontstond in de Sovjetpropaganda, omdat hij zijn eigen vader had verraden en tegen hem getuigde: “Ja, hij was mijn vader, maar nu niet meer. Ik sta hier niet als zijn zoon, maar als pionier”.​ 

Loop ik met mijn ‘linkse tirades’ gevaar als een rechtse wind toeneemt? Het zal toch niet? Goed, ik zal me er wat minder in laten meeslepen, maar ik lees in de reacties ook ‘Ga door met uw linkse tirades’. Zie, ze hebben een hart.

--

Gepubliceerd in Kleio 2, jaargang 65

donderdag 1 februari 2024

De cijferpleister

Ongeveer de helft van de Nederlandse leerlingen kampt met psychosomatische klachten en een flink aantal heeft emotionele problemen, namelijk zo’n 43% van de meiden en 13,3% van de jongens (Nederlands Jeugdinstituut in 2021). Uit PISA-onderzoek komt daarnaast duidelijk naar voren dat Nederlandse jongeren weinig gemotiveerd zijn. 

Het debat gaat zelden over echte oorzaken, maar wel over welke pleister er geplakt kan worden en zoals vaak biedt onderwijs het ehbo-kistje. Momenteel staan cijfers en toetsing ter discussie. De aanbieders van boeken en workshops buitelen alweer over elkaar heen in deze nieuwe hype. Echt aan alles moet geld worden verdiend. 

Johannes Visser zwengelde een discussie aan met zijn pamflet ‘Is het voor een cijfer?’. Het is waar: intrinsieke motivatie bereik je niet ‘omdat het voor een cijfer is’, maar door de lesstof betekenisvol en persoonlijk te maken, door een goede band met leerlingen op te bouwen. Leerlingen moeten succeservaringen meemaken, zelfvertrouwen krijgen en autonomie. Dat is altijd al zo geweest. De cijfers zijn niet het probleem. Het hangt af van goede docenten. 

Intrinsieke motivatie kweek je vanaf het moment dat de lessenserie begint tot aan het toetsmoment. En met een degelijke toets zie je heel goed wie het niveau wel, en wie het niveau (nog) niet aankan. Autonomie betekent ook verantwoordelijkheid. En dan zeg je: jij hebt een 7 en jij hebt een 4. Deal with it, we gaan er aan werken. Het is niet erg. Je wordt er beter van. 

Jij hebt een 7 en jij hebt een 4. Deal with it.

Visser noemt de cijfers een ‘symbool’ van de stress- en motivatieklachten van leerlingen, maar wat betekent dat? Hij zegt dat cijfers creativiteit weghalen. Dat leerlingen minder uitdagingen durven aangaan als het voor een cijfer is. Maar ook dat hangt af van de docent. Het heeft met cijfers niets te maken, maar wel met inspiratie. 

We moeten een stap terug zetten en inzien dat onze leerlingen ten eerste gewoon tieners zijn, maar ook dat ze opgroeien in een samenleving waarin succes lijkt af te hangen van (school)prestaties. Steeds meer kinderen gaan naar havo/vwo, er is druk vanuit thuis, meer leerlingen werken boven hun kunnen en een onvoldoende voelt als falen. En, weet je nog: smartphone, schermtijd, social media, bijbaantjes, slaapproblemen en corona?

De cijfers en de toetsen zijn niet het probleem. Vroeger gaven we veel meer cijfers bovendien. En echt, er zijn ‘betekenisvolle’ momenten genoeg, wees maar niet bang. De telefoon is al bijna weg uit de scholen. Nu nog de rust en discipline terugvinden en gewoon goed lesgeven. Onderwijs draait om de relatie tussen docent en leerling. Schep daartoe voorwaarden en we kunnen weer probleemloos toetsen voor een cijfer. 

Gepubliceerd in Kleio, jaargang 65, februari 2024