dinsdag 1 maart 2011

Eng, al die twitterende leerlingen

In de hardloopwedstrijd van internetgebruikers loop ik ergens achter in het peloton. Ik doe leuk mee hoor, met mijn accounts hier en daar, maar de kopgroep heb ik niet meer in het zicht. Wie zitten eigenlijk in die kopgroep? Is dat misschien de schoolgaande jeugd? Zijn dat mijn leerlingen? Welnu, ik volg twee leerlingen op Twitter, maar helaas: als je niets beter weet de melden dan dat je net wakker bent geworden, geen zin in school hebt, dat je jeuk hebt aan je knie, dat je een chocoladereep eet, of dat je moet poepen, nee, dan loop je niet voorop. En bovendien, ik denk dat jongeren veel waakzamer moeten worden in hun internetactiviteiten.

Ik twitter sinds kort. Ik post af en toe een geestige ingeving. Over onderwijs. Over actualiteiten. Over mezelf. Ik volg mijn favoriete schrijvers, nieuwsleveranciers, wat familie, enkele vrienden en ik ontvang berichten uit de natuur. Als ik dan lees dat mijn zus heeft hardgelopen en nu eierkoeken gaat eten of dat er een Kleine Sneeuwgans is waargenomen ergens in het land, nou, dan vind ik dat mooi. Zo simpel is dat. 

En ik volg dus ook twee leerlingen – een jongen en een meisje. Toen ik op een middag in het geschiedenislokaal achter de computer zat, kwamen ze naar me toe. Of ik ze wilde volgen op Twitter. Zo geschiedde. De berichten van de twee leerlingen bleken doorgaans inhoudsloos, maar ik volg ze nog steeds. Hun berichten geven een fraai inzicht in mijn puberpubliek. Het begrip leerlingvolgsysteem krijgt zo opeens een nogal moderne betekenis. 

Het meisje heeft al bijna 5000 berichten geschreven. Toen ik haar onlangs tegenkwam in de gang, zag ik als in een soort schijnsel al die tweets om haar heen zweven: ‘Word ik om 7 uur wakker terwijl ik tot half 8 kan slapen #gemeen’ of: ‘focking gespannen, maar ik weet niet waarom’ en ‘jongens, serieus, ik ga bier in mijn haar smeren #schijntgoedtezijn’. Ik kon dat twitter-aura, die wolk van losse kreten, niet meer wegdenken. Het was er gewoon. Alsof ze met zo’n sandwichbord rondliep waarop al die persoonlijke uitingen stonden geschreven. 

Ik wist ook dat haar verkering net uit was. Daar had ze uitgebreid over bericht. Ik vroeg haar er naar. Ze vond het attent, merkte ik. 

De twitterjongen en het twittermeisje houden de wereld ook up-to-date wat betreft hun huiswerk. Op een middag lees ik: ‘Samenvatting godsdienst, maatschappijleer en geschiedenis maken, krijg ik toch niet af vandaag’, even later gevolgd door: ‘Aaaah hoofdstuk 4 nog van maatschappijleer en ik val nu al dood op de grond’. Met verbazing ben ik getuige van hun moedige strijd tussen helemaal niet willen, maar wel moeten. Ik krijg haast medelijden met ze. 

Maar ik moet eerlijk zijn. Ik voel me net een stalker. Het is alsof ik aan de andere kant van de muur sta met een glas tegen mijn oor. Zonder veel moeite kan ik ook de berichten van heel veel andere leerlingen lezen – bijna niemand heeft z’n account afgeschermd voor onbekenden. En dat vind ik eng. In mentorgesprekken zijn leerlingen nog wel eens gereserveerd, maar op internet zijn ze plotseling een open boek. Voor vrienden en familie is dat misschien leuk, maar voor je docent geschiedenis, of voor je latere werkgever en voor al die onbekenden, waaronder misschien kwaadwillenden? Pas nou toch op!

Ik waarschuw mijn leerlingen dikwijls en dat onthouden ze blijkbaar. Het meisje berichtte enige dagen terug: ‘En dan zegt @JeltePosthumus morgen op school weer dat ik teveel Twitter’. Vanaf vandaag ben ik stalker af. Ik ga geen leerlingen meer volgen en ik zal blijven benadrukken dat je niet ├ílles moet willen delen met de wereld. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten