Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen

vrijdag 7 september 2018

Het ging een beetje snel allemaal

‘Today Apple is going to reinvent the phone’, zei Steve Jobs in 2007 bij de presentatie van de iPhone die later dat jaar in Europa werd geïntroduceerd. Onderwijsoptimisten wezen op de enorme mogelijkheden van het apparaat. Maar al snel verschenen ook de eerste onderzoeken die waarschuwden voor de nadelige gevolgen van de smartphone in het onderwijs. Niemand die het echt wist.

Steve Jobs presenteert de eerste iPhone in 2007

Tien jaar later heeft volgens het CBS 98,6% van de Nederlandse tieners een smartphone. Je kan het ze haast niet kwalijk nemen, maar mijn leerlingen zijn verslingerd aan hun telefoon en dat knaagt aan ze. Eind vorig jaar liet een onderzoek onder 1300 Nederlandse docenten dat nog zien: smartphonegebruik gaat volgens hen ten koste van concentratie, huiswerk, fantasie en uiteindelijk van resultaten.

Er verschijnen steeds meer, vooral Amerikaanse, onderzoeksresultaten. De universiteit van Illinois toonde recentelijk een correlatie tussen smartphone-verslaving en depressie. Texaans onderzoek zegt dat alleen al de aanwezigheid van de telefoon - zichtbaar, maar ook in de broekzak - cognitieve prestaties vermindert. Een studie onder een miljoen Amerikaanse jongeren toont aan dat tieners die veel buiten zijn, anderen ‘in het echt’ treffen, die sporten en lezen, veel gelukkiger zijn dan ‘schermtieners’.

Daartegenover staan maar weinig positieve geluiden. Natuurlijk, er wordt van alles ontwikkeld waar het onderwijs baat bij zou kunnen hebben - differentiëren wordt gemakkelijker, het kan de les aantrekkelijker maken, het maakt communicatie eenvoudiger - maar wat hebben we liever: een kind dat via een gepersonaliseerd traject wiskunde leert, een coole quiz-app gebruikt om Duitse woordjes te stampen en het lesrooster in de handpalm heeft, of, doodsimpel, een gelukkig, gezond en geconcentreerd kind?

Zij die aan de wieg van de nieuwe technologie stonden geven als ouders een duidelijk signaal. Bill Gates verbood zijn kinderen een telefoon tot hun veertiende. Steve Jobs verbood zijn kinderen de iPad te gebruiken. Chamath Palihapitiya (Facebook) noemde het bedrijf dat hij groot maakte ‘sociaal ontwrichtend’. Hij zei: “It is eroding the core foundations of how people behave by and between each other. I can’t control them. (...) I can control my kids’ decisions, which is that they’re not allowed to use that shit.” Als de bakkerskinderen niet van het gebak mogen eten, vind ik de taart verdacht.

Het is zoeken naar een nieuwe balans. De smartphone is een handig ding, maar de generatie die er mee opgroeide is er niet altijd ten goede mee verweven geraakt. Afgelopen decennium overkwam ons - het ging een beetje snel allemaal, maar de onderzoeken liegen niet. Laten we dus het telefoonbeleid op school nog eens nader bekijken.

Deze column verscheen in Kleio, september 2018

Bekijk ook een de site van Center for Humane Technology, opgericht door belangrijke personen in de Amerikaanse technologiesector - een groep die zich serieus zorgen maakt.

zondag 11 mei 2014

Verzuip Verzoop Verzopen


Dit artikel verscheen op 10 mei 2014 in de bijlage 'Straks voor de klas' van het Onderwijsblad. 


In mijn eerste jaar in het onderwijs reisde ik per bus naar mijn werk. Op de terugweg werd ik vaak vergezeld door mijn collega van natuurkunde, een prima man, maar iemand die praat alsof hij een proces-verbaal opmaakt. Hij had geen idee hoe graag ik vijf plaatsen naar voren was gaan zitten, omdat ik zó moe was van de dag, dat elk woord als een mokerslag binnenkwam.
Bijna de helft van de jonge docenten overweegt het onderwijs te verlaten. Ze klagen over werkdruk, salaris, carrièrekansen, tijdelijke contracten en onderwaardering. Volgens mij is het met name die werkdruk die de voedingsbodem vormt voor de andere klachten.
Startende docenten hebben nauwelijks zwemles gehad als ze in het diepe worden gegooid. Dat gold ook voor mij. De lerarenopleiding was geenszins de gedegen voorbereiding die ik had verwacht. Onderwijskundigen worstelden zelf met hun lessen. Ik voelde me soms een boerenknecht die toeziet hoe de boer tevergeefs in de uier knijpt, terwijl hij de theorie van het melken uitlegt. Ontwikkelingsverslagen schreef ik in de gewenste taal: het was niet meer dan een invuloefening. Toen al mijn leerdoelen keurig waren afgevinkt en ik mijn diploma inlijstte, besefte ik dat niemand mij had verteld hoe je 30 havo-4-leerlingen moet motiveren. Ik begreep dat de onderwijsreis nog maar net was begonnen.
En als het dan begint, dan sta je opeens aan de andere kant van het net. Je bent student af. Je bent docent. Onwennig loop je door de gangen van een vreemd gebouw. Het is druk. Het is verwarrend. Kinderen roepen dingen naar je en kijken je na, want je bent nieuw en jong. Je wordt meteen beoordeeld. Kinderen kunnen ongemeen eerlijk zijn. Wie bent u? Wat geeft u? Je wordt besproken op WhatsApp – ongetwijfeld. Je vindt je lokaal. Je begint je les. Daar sta je. Kwetsbaar. Alleen. Je legt uit. Je probeert grappig te zijn. Het lukt. Het lukt niet. Je bent te veel gefocust op de inhoud. Je murmelt. De leerlingen zijn nog geen individuen. Het is een dertigkoppig monster. Getier. Gefluister. Gegrinnik. Je zweet. Het gaat. Het gaat niet. Ach. Verlossing. De bel.
Toen ik op een middag vermoeid wegliep van mijn stage, riep een leerling mij vanuit een openstaand raam na: ‘Hey, Frodo!’. De spijker op z’n kop: ik voelde me inderdaad klein, maar had een belangrijke taak op mij genomen.
Doceren leer je door te doen. Daarom zijn twee dingen cruciaal: de beginnende docent heeft tijd nodig om zich te richten op de kerntaak, lesgeven, en scholen moeten zorgen voor goede begeleiding.
Geef de beginners dus geen extra taken en beperk het aantal lesuren. Als in het lokaal successen worden geboekt, dan komt de rest vanzelf. Laat jonge docenten lesmateriaal ontwikkelen waar ze de rest van hun carrière profijt van hebben. Ik open nog steeds computermapjes uit 2007. Dat scheelt werk en daarom kan ik nu andere taken doen.
Het schort ook aan begeleiding. Ik heb veel jonge docenten zien huilen, struikelen en afzwaaien. Wat doe je als een leerling weigert het lokaal te verlaten als je hem sommeert te vertrekken? Wat moet je als de kinderen maar blijven praten, terwijl je ze tot stilte maant? Hoe breng je de stof tot leven? Hoe krijg je ze aan het werk? Het is de taak van scholen om nieuwe docenten op weg te helpen. Tweewekelijkse intervisie is niet afdoende. Er zou dagelijks een vinger aan de pols gehouden moeten worden. Bespreek de lessen. Waar ging het goed? Waar kan het beter?
Toen ik voor het eerst mijn mok onder de koffiemachine zette, zei een oudere collega dat het ‘moedig’ was dat ik in het onderwijs ging werken. Ik dacht, áls het zo moedig is, help me dan. Andere collega’s zeiden dat ik beter ander werk kon zoeken, omdat ik mijn talenten verspeelde. Aan de koffietafel werd leut met twee klontjes vermoeidheid en een wolkje cynisme gedronken. Ik snapte het gezanik niet en nam mij voor nooit aan zulke verbitterdheid ten prooi te vallen.
Maar ik raak wel verbitterd over het feit dat starters gedemotiveerd raken, omdat ze verzuipen, terwijl het onderwijs juist toe is aan frisse lucht. Als elke les een mentale strijd is, als je elke avond tot tien uur doorwerkt, als je het gevoel hebt er alleen voor te staan, als je oudere collega’s cynische koffie drinken, waar haal je dan voldoening uit? Dan snak je naar een compliment en een luisterend oor. Dan wil je dat er iets in het verschiet ligt, misschien een vast contract of een hoger salaris, gewoon, om het gevoel te hebben dat je je niet tevergeefs het snot voor de ogen werkt. Los je de werkdruk van de starter op, dan nemen de andere klachten vanzelf af.
Misschien is er dan zelfs nog energie voor een gesprek met de collega van natuurkunde. In de bus naar huis. Een prima man, overigens.

zondag 15 december 2013

Salarisschaal LC

Het is wel een dingetje, hoor, de salarisschaal waarin je zit. Aan de bovenkant van het spectrum heb je de vlak na de oorlog geboren LD’ers. Zij zitten comfortabel op het pluche van de ‘verworven rechten’, genieten een riant salaris, draaien gemiddeld twaalf uur per week en hebben dus genoeg tijd om te klagen over die vierhonderd vakantiedagen per jaar. Aan de onderkant vind je de LB’ers, de lesboeren. Zij vormen het proletariaat dat zich in veertiendehands Opel Corsa’s naar de onderwijsfabriek sleept om zich daar voor een habbekrats het snot voor de ogen te werken.

Voor de eenvoudige lesboer zijn er gelukkig wel mogelijkheden om hogerop te komen, maar de weg daar naartoe is nog nooit zo lang geweest. Eenvoudigweg goed lesgeven is niet genoeg. Je moet voldoen aan de eisen van de zogenaamde functiemix, criteria die soms slechts zijdelings met doceren te maken hebben.

Ik deed de afgelopen jaren mijn best, wachtte rustig op toenadering van mijn bazen, maar toen die niet kwam, besloot ik om tijdens mijn laatste functioneringsgesprek maar eens een balletje op te gooien. Zou het misschien mogelijk zijn dat ik, simpele lesboer met een eenvoudige wagen, eens een LC-functie – in dat schimmige gebied tussen de lesboeren en de lesadel – zou kunnen bekleden? Mijn pas aangetreden leidinggevende, al weer de vijfde die ik tegenkom in mijn zesjarige loopbaan, raadde mij aan te beginnen met het aanleggen van een map. Een bewijsvoering eigenlijk, om aan te tonen dat ik voldoe aan de gestelde criteria. Prestaties in het onderwijs tellen pas als ze op papier staan.

Er moeten dus scans gemaakt worden van cursuscertificaten en beoordelingen van leerlingen en leidinggevenden. Ik spit mijn inbox door op zoek naar bewijslast: projecten die ik heb opgezet en aaneen gecommuniceerd. Was er niet nog een compliment van een vader? Een bedankje van een leerling? Natuurlijk ben ik ook allerlei documenten uit het oog verloren. Waar ligt in hemelsnaam mijn geschiedenisbul?

Ik scan veter- en zwemdiploma’s. Misschien helpt het als ik mijn avondvierdaagsemedailles ook in de map stop? Is dat rijbewijs van Verkeerspark Assen nog wat waard? Kijk, ik deed in 1986 ook mee aan dat voetbaltoernooi voor F-jes in Houtigehage. Misschien verstandig om een kopie van het vaantje te maken?

Ik las de functieomschrijving van een LC’er en dacht, fukkeduk, daar hebben we weer zo’n lijst losse kreten. Na het lezen van de eerste zin – ‘draagt structureel kennis/expertise en vaardigheden over aan heterogene en/of complexe groepen en past daarbij uiteenlopende gedragsscenario’s toe’ – haakte ik al af. Ik weet namelijk wel wat men wil zien: een goedgevulde map met papieren prestaties.

En dat vind ik irritant. Ik had liever gezien dat mijn leidinggevende op mij af was gekomen en had gezegd, Posthumus, je bent al jaren goed bezig, misschien wordt het tijd voor een nieuwe tweedehands Volkswagen. Maar misschien is dat beeld te romantisch. Anno 2013 moet je gewoon een portfolio bij elkaar scannen.

Het kan ook te maken hebben met het feit dat ik nog geen enkele leidinggevende langer dan een jaar heb meegemaakt. De elkaar in hoog tempo opvolgende teamleiders hebben geen idee van wat ik vermag.

Maar kijk, ik ben dus begonnen – de scanner staat roodgloeiend. Ik graaf in mijn geschiedenis, want inderdaad, wat héb ik eigenlijk gedaan? Ik zal de map maar goed vullen. Uiteindelijk tellen prestaties alleen als ze op papier staan, hoeveel snot je ook voor de ogen hebt.   

In de personeelskamer grap ik wel eens dat ik al een LC-functie kreeg toen ik voor de LC columns ging schrijven. Ik wuif mijn ambities lacherig weg. Maar als ik eerlijk ben, tja, dan wil ik gewoon die nieuwe tweedehands Golf.

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 31-10-2013)

dinsdag 21 mei 2013

Verder Kijken (Vind ik leuk - 16 mei 2013)


In mijn column 'Vind ik leuk' van afgelopen 16 mei (hier nog te publiceren) noem ik een YouTube-video die 'viral' ging. Het gaat om dit filmpje:


Ook noem ik Rita Pierson, die voor TED Talks Education (7 mei 2013) het volgende zei:


Een niet te missen spreker aldaar was Sir Ken Robinson:


Voor alle overige 'talks' klik hier


zondag 21 april 2013

Verder Kijken (iPad-scholen - 18 april 2013)

Sneek | Het is onrustig op obs Driemaster Noord in Sneek. Nadat de directie vorige week bekend maakte dat de basisschool volgend jaar een iPadschool gaat worden, hebben al verschillende ouders besloten hun leerlingen van de school te halen. Volgens Betske Salverda van openbare onderwijskoepel Odyssee zijn er inmiddels echter ook tientallen ouders ,,uit de wijde omgeving” die juist overwegen om hun kind volgend jaar wél naar de nieuwe school te sturen.
Bij de zogenoemde Steve Jobsschool staat de iPad centraal; kinderen krijgen les via een tabletcomputer met aanraakscherm. Bestuursvoorzitter Salverda denkt dat dat de methode van de toekomst is. ,,Het grote voordeel is dat we dan iedere leerling onderwijs op zijn of haar eigen niveau kunnen geven. Dat is bij klassikaal lesgeven een stuk moeilijker.”
Verschillende ouders voelden zich overdonderd door de plotselinge aankondiging.
(gepubliceerd op de website van het Friesch Dagblad)


dinsdag 6 oktober 2009

‘Ik heb ADHD en dus ben ik druk’

Kortgeleden maande ik een tweedeklasser tijdens mijn uitleg tot stilte, maar het meisje protesteerde heftig. ‘Maar meneer, ik heb ADHD en dus bén ik druk. Daar kan ik niets aan doen!’ Ik heb haar uitgelegd dat ze, net als iedereen, gewoon haar mond moet houden als ik iets uitleg. Ze sputterde nog even tegen, maar ging akkoord.

Vroeger was dit gewoon ‘een druk kind’, maar tegenwoordig plakken we er een naamkaartje op. Resultaat: de leerling legitimeert wangedrag met een professioneel gediagnosticeerde afwijking. Erg handig, zo’n stempel. Ik herinner mij een telefoongesprek met een moeder. Nadat bij haar kind ADHD was vastgesteld, had zij zich ook laten onderzoeken en ja hoor, u raadt het al meneer, ook ADHD. Nou, dat verklaarde dan mooi waarom het thuis allemaal niet zo soepel liep.

In het onderwijs hangt aan steeds meer leerlingen een label, zodat we daar allemaal fijn rekening mee kunnen houden. Niet dat er tegenwoordig meer zorgleerlingen zijn dan vroeger. Zeker niet! Waar een leerling vroeger gewoon ‘niet zo goed in taal‘ was, heeft hij nu ‘dyslexie’ op het voorhoofd staan, een aandoening die de dyslecticus zelf niet eens kan schrijven! Iemand die vroeger ‘een beetje vreemd’ was, heeft nu een PDD-NOS-label in het oor hangen. Wat een vreemde naam, PDD-NOS. Echt iets voor een vreemd kind, niet waar? Wat betekent die afkorting eigenlijk? Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified. Meent u dat nou? Het is dus nu officieel een vreemd kind? Dat is wel zo prettig om te weten. Dat het officieel is, bedoel ik.

Natuurlijk, zorgleerlingen verdienen speciale aandacht. Ouders en scholen stellen alles in het werk om hen zo goed mogelijk te helpen. Zo is er de rugzakleerling die stapeltjes bankbiljetten voor bijvoorbeeld ambulante begeleiding in zijn knapzak meetorst. Verder krijgen dyslectici en discalculici (zij die moeite met getallen hebben) toetsen op reuzenformaat en extra tijd om de toets te maken. Docenten worden bovendien steevast goed ingelicht over de kinderen, zodat ze niet vreemd opkijken als een leerling plotseling door het lokaal stuitert. Deze bijzondere aandacht is terecht, maar of die extra poen altijd het gewenste resultaat oplevert, vraag ik mij af.

Het bestempelen van een groep leidt tot vooroordelen. Aha, zij heeft ADHD, dus is ze druk en snel afgeleid. Deze drogredenering werkt inderdaad ook andersom, zoals bij de tweedeklasser van zonet: maar meneer, zo bén ik nu eenmaal! Achter een stempel is het goed schuilen. Daarom prijkt op het toetspapier van de dyslecticus de hoofdletter D (jawel, van dyslexie), zeggende: ik kan nu eenmaal niet schrijven, dus wilt u mijn spelfouten door de vingers zien?

Uiteindelijk mankeert elk kind wel iets. Zijn de ouders niet gescheiden, dan is er wel sprake van een bruine pleister-allergie. Is er geen faalangst, dan is er wel een ziek huisdier. Maar een etiket leidt tot vooroordelen, wordt aangewend als excuus en werkt zonder twijfel door in het hoofd. Als iemand dik genoemd wordt, gaat dat tussen de oren spelen. Als iemand zegt dat ik er bleekjes uitzie, dan voel ik me terstond misselijk. Waarom zou dat anders zijn als iemand het label ADHD opgeplakt krijgt? Maar meneer, zo bén ik dus! Officiéél!

dinsdag 8 september 2009

Sms: Geschdns vn Psthms. Gaap!

Het schoolgebouw is wakker geschud uit zijn zomerslaap. De vakantie is afgelopen en alles en iedereen glijdt als vanzelf in de schoolse routine. De directie teert op een zomercursus ‘oplossinggericht coachen’, de docenten draaien braaf hun lessen, de leerlingen wringen zich in de pikorde en achter de coulissen roeren zich de ouders.

Want ouders denken graag mee.

Uit een recente publicatie van het ouderblad J/M blijkt dat ouders zo hun twijfels hebben over het voortgezet onderwijs. Ze betrappen de docent op spelfouten, vinden dat de regels op scholen te soepel zijn en pleiten voor herinvoering van strafregels. Hoewel het me toeschijnt dat in eerste instantie de ouders zelf voor bepaalde regels verantwoordelijk zijn, verbaas ik me ook wel eens over schoolregels.

Een voorbeeld.

Havo 4-leerlingen van onze school, die vorig jaar maximaal twee punten onder de overgangsnorm zaten, kwamen in aanmerking voor het zogenaamde havo 4 plus project. Zij mogen dit jaar meedraaien met havo 5 en kunnen via herkansingen alsnog hun overgang bewerkstelligen. Een soepele schoolregel dus die leerlingen schijnbaar eindeloos laat herkansen. Goed voor de doorstroom. Uiteraard. Goed voor het niveau? Ik vrees van niet.

Maar ouders doelen niet op dit soort schoolregels als ze spreken van ‘te soepele regels’. Ouders geven uiteindelijk niet zo om niveau als hun kind de kans krijgt vlot door te stromen. Wat bedoelen ze dan wel? Geen hoofddeksels op in het lokaal? U en meneer in plaats van jij en Koos? Honderd keer ‘ik mag niet sms’en tijdens de les’ in het schrift als strafmaatregel?

Die pet op – het zal me een worst wezen. Maar het is wel ‘u’ en ‘meneer’, alstublieft! Vorig jaar was er een tweedeklasser die, als ik hem tegenkwam in de gang, dikwijls mijn voornaam door zijn beugel sliste, maar zich dan razendsnel uit de voeten maakte, omdat hij wist dat hij een regel overtrad. Meegaand in zijn spielerei rende ik dan soms achter de boosdoener aan, terwijl ik hem toeriep: ‘Het is meneer Posthumus, jongeman!’.

Mp3-spelers en mobieltjes horen tijdens de les in de tas. Maar waar ik ooit met veel pijn en moeite een diploma blindtypen haalde, hebben mijn leerlingen zichzelf het blind sms’en aangeleerd. Onder hun tafel, buiten mijn blikveld, terwijl ze quasi-geïnteresseerd mijn verhaal over de homo habilis aanhoren, gaat hun opponeerbare duim tekeer en sturen ze zonder naar het schermpje te kijken een tekstbericht naar een kameraad elders in het schoolgebouw: Geschdns vn Psthms. Gaap! Een prop papier met bericht zie je nog door de lucht vliegen, maar een sms-bericht is onzichtbaar. Trouwens, het zijn de ouders die hun kind toestaan de mobiele telefoon en de mp3-speler mee naar school te nemen. Dat bedoel ik dus!

Een nieuw schooljaar. De oude routine.

Hoewel.

Het damestoilet is in de vakantie plotseling het herentoilet geworden en andersom. Door een emancipatoire lobby hebben de dames nu meer ruimte en een grotere spiegel. Ik kan mijn kont nauwelijks keren en moet mij in allerlei bochten wringen voor een grote boodschap in de kleine en een kleine boodschap in de grote pauze. Zou dit een resultaat zijn van een cursus die de directieleden deze zomer hebben gevolgd?