![]() |
| Steve Jobs presenteert de eerste iPhone in 2007 |
vrijdag 7 september 2018
Het ging een beetje snel allemaal
zondag 11 mei 2014
Verzuip Verzoop Verzopen
zondag 15 december 2013
Salarisschaal LC
dinsdag 21 mei 2013
Verder Kijken (Vind ik leuk - 16 mei 2013)
In mijn column 'Vind ik leuk' van afgelopen 16 mei (hier nog te publiceren) noem ik een YouTube-video die 'viral' ging. Het gaat om dit filmpje:
Ook noem ik Rita Pierson, die voor TED Talks Education (7 mei 2013) het volgende zei:
Een niet te missen spreker aldaar was Sir Ken Robinson:
Voor alle overige 'talks' klik hier
zondag 21 april 2013
Verder Kijken (iPad-scholen - 18 april 2013)
dinsdag 6 oktober 2009
‘Ik heb ADHD en dus ben ik druk’
Kortgeleden maande ik een tweedeklasser tijdens mijn uitleg tot stilte, maar het meisje protesteerde heftig. ‘Maar meneer, ik heb ADHD en dus bén ik druk. Daar kan ik niets aan doen!’ Ik heb haar uitgelegd dat ze, net als iedereen, gewoon haar mond moet houden als ik iets uitleg. Ze sputterde nog even tegen, maar ging akkoord.
Vroeger was dit gewoon ‘een druk kind’, maar tegenwoordig plakken we er een naamkaartje op. Resultaat: de leerling legitimeert wangedrag met een professioneel gediagnosticeerde afwijking. Erg handig, zo’n stempel. Ik herinner mij een telefoongesprek met een moeder. Nadat bij haar kind ADHD was vastgesteld, had zij zich ook laten onderzoeken en ja hoor, u raadt het al meneer, ook ADHD. Nou, dat verklaarde dan mooi waarom het thuis allemaal niet zo soepel liep.
In het onderwijs hangt aan steeds meer leerlingen een label, zodat we daar allemaal fijn rekening mee kunnen houden. Niet dat er tegenwoordig meer zorgleerlingen zijn dan vroeger. Zeker niet! Waar een leerling vroeger gewoon ‘niet zo goed in taal‘ was, heeft hij nu ‘dyslexie’ op het voorhoofd staan, een aandoening die de dyslecticus zelf niet eens kan schrijven! Iemand die vroeger ‘een beetje vreemd’ was, heeft nu een PDD-NOS-label in het oor hangen. Wat een vreemde naam, PDD-NOS. Echt iets voor een vreemd kind, niet waar? Wat betekent die afkorting eigenlijk? Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified. Meent u dat nou? Het is dus nu officieel een vreemd kind? Dat is wel zo prettig om te weten. Dat het officieel is, bedoel ik.
Natuurlijk, zorgleerlingen verdienen speciale aandacht. Ouders en scholen stellen alles in het werk om hen zo goed mogelijk te helpen. Zo is er de rugzakleerling die stapeltjes bankbiljetten voor bijvoorbeeld ambulante begeleiding in zijn knapzak meetorst. Verder krijgen dyslectici en discalculici (zij die moeite met getallen hebben) toetsen op reuzenformaat en extra tijd om de toets te maken. Docenten worden bovendien steevast goed ingelicht over de kinderen, zodat ze niet vreemd opkijken als een leerling plotseling door het lokaal stuitert. Deze bijzondere aandacht is terecht, maar of die extra poen altijd het gewenste resultaat oplevert, vraag ik mij af.
Het bestempelen van een groep leidt tot vooroordelen. Aha, zij heeft ADHD, dus is ze druk en snel afgeleid. Deze drogredenering werkt inderdaad ook andersom, zoals bij de tweedeklasser van zonet: maar meneer, zo bén ik nu eenmaal! Achter een stempel is het goed schuilen. Daarom prijkt op het toetspapier van de dyslecticus de hoofdletter D (jawel, van dyslexie), zeggende: ik kan nu eenmaal niet schrijven, dus wilt u mijn spelfouten door de vingers zien?
Uiteindelijk mankeert elk kind wel iets. Zijn de ouders niet gescheiden, dan is er wel sprake van een bruine pleister-allergie. Is er geen faalangst, dan is er wel een ziek huisdier. Maar een etiket leidt tot vooroordelen, wordt aangewend als excuus en werkt zonder twijfel door in het hoofd. Als iemand dik genoemd wordt, gaat dat tussen de oren spelen. Als iemand zegt dat ik er bleekjes uitzie, dan voel ik me terstond misselijk. Waarom zou dat anders zijn als iemand het label ADHD opgeplakt krijgt? Maar meneer, zo bén ik dus! Officiéél!
dinsdag 8 september 2009
Sms: Geschdns vn Psthms. Gaap!
Het schoolgebouw is wakker geschud uit zijn zomerslaap. De vakantie is afgelopen en alles en iedereen glijdt als vanzelf in de schoolse routine. De directie teert op een zomercursus ‘oplossinggericht coachen’, de docenten draaien braaf hun lessen, de leerlingen wringen zich in de pikorde en achter de coulissen roeren zich de ouders.
Want ouders denken graag mee.
Uit een recente publicatie van het ouderblad J/M blijkt dat ouders zo hun twijfels hebben over het voortgezet onderwijs. Ze betrappen de docent op spelfouten, vinden dat de regels op scholen te soepel zijn en pleiten voor herinvoering van strafregels. Hoewel het me toeschijnt dat in eerste instantie de ouders zelf voor bepaalde regels verantwoordelijk zijn, verbaas ik me ook wel eens over schoolregels.
Een voorbeeld.
Havo 4-leerlingen van onze school, die vorig jaar maximaal twee punten onder de overgangsnorm zaten, kwamen in aanmerking voor het zogenaamde havo 4 plus project. Zij mogen dit jaar meedraaien met havo 5 en kunnen via herkansingen alsnog hun overgang bewerkstelligen. Een soepele schoolregel dus die leerlingen schijnbaar eindeloos laat herkansen. Goed voor de doorstroom. Uiteraard. Goed voor het niveau? Ik vrees van niet.
Maar ouders doelen niet op dit soort schoolregels als ze spreken van ‘te soepele regels’. Ouders geven uiteindelijk niet zo om niveau als hun kind de kans krijgt vlot door te stromen. Wat bedoelen ze dan wel? Geen hoofddeksels op in het lokaal? U en meneer in plaats van jij en Koos? Honderd keer ‘ik mag niet sms’en tijdens de les’ in het schrift als strafmaatregel?
Die pet op – het zal me een worst wezen. Maar het is wel ‘u’ en ‘meneer’, alstublieft! Vorig jaar was er een tweedeklasser die, als ik hem tegenkwam in de gang, dikwijls mijn voornaam door zijn beugel sliste, maar zich dan razendsnel uit de voeten maakte, omdat hij wist dat hij een regel overtrad. Meegaand in zijn spielerei rende ik dan soms achter de boosdoener aan, terwijl ik hem toeriep: ‘Het is meneer Posthumus, jongeman!’.
Mp3-spelers en mobieltjes horen tijdens de les in de tas. Maar waar ik ooit met veel pijn en moeite een diploma blindtypen haalde, hebben mijn leerlingen zichzelf het blind sms’en aangeleerd. Onder hun tafel, buiten mijn blikveld, terwijl ze quasi-geïnteresseerd mijn verhaal over de homo habilis aanhoren, gaat hun opponeerbare duim tekeer en sturen ze zonder naar het schermpje te kijken een tekstbericht naar een kameraad elders in het schoolgebouw: Geschdns vn Psthms. Gaap! Een prop papier met bericht zie je nog door de lucht vliegen, maar een sms-bericht is onzichtbaar. Trouwens, het zijn de ouders die hun kind toestaan de mobiele telefoon en de mp3-speler mee naar school te nemen. Dat bedoel ik dus!
Een nieuw schooljaar. De oude routine.
Hoewel.
Het damestoilet is in de vakantie plotseling het herentoilet geworden en andersom. Door een emancipatoire lobby hebben de dames nu meer ruimte en een grotere spiegel. Ik kan mijn kont nauwelijks keren en moet mij in allerlei bochten wringen voor een grote boodschap in de kleine en een kleine boodschap in de grote pauze. Zou dit een resultaat zijn van een cursus die de directieleden deze zomer hebben gevolgd?

