vrijdag 22 november 2013

Passend Onderwijs

“Ik denk soms heel lang na over grote verbanden”, zei de leerling. “Ik weet niet of meer leerlingen dat doen. Weet u dat?” Ik antwoordde hem dat volgens mij de meeste van de andere leerlingen snel afgeleid werden door hun klasgenoten, hun telefoon en computer, of dat ze zich verloren in oppervlakkige balorigheid. Bovendien, ze voelden daartoe ook niet die sterke drang die hij voelde. Ik zei hem dat hij hierin toch best bijzonder was.

Hij wijkt af van de rest van de klas omdat hij PDD-NOS heeft. Andere leerlingen wijken af, omdat ze rood haar hebben. Of omdat ze heel goed zijn in voetbal. Of geboren zijn in een ver land. Of gescheiden ouders hebben. Maar PDD-NOS is een afwijking die opgenomen staat in de DSM, de Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders, dat dikke Amerikaanse boek waarin ook ‘afwijkingen’ als het Syndroom van Asperger en ADHD zijn opgenomen en dat dit jaar zijn vijfde update beleefde. In het speciaal onderwijs is mijn leerling een zogenaamde cluster-4-leerling: in dit geval iemand met een autismespectrumstoornis.

Wat afwijkingen betreft geldt overigens altijd: als de meerderheid het heeft, is het geen afwijking of ‘stoornis’, en dus krijgt het geen stempel. Waarom worden mensen die zich met een torenhoge hypotheek in de schulden steken niet voor gek verklaard?

Het aantal zorgleerlingen in onze bovenbouw is nu nog op de vingers van één hand te tellen, maar per 1 augustus 2014 zal dat veranderen. Vanaf dan zullen reguliere scholen binnen een samenwerkingsverband met andere scholen ‘bijzondere’ leerlingen een passende onderwijsplek moeten geven. Het zogenaamde ‘rugzakje’, een leerlinggebonden som geld, komt te vervallen. De samenwerkende koepel krijgt een budget dat ze naar eigen inzicht verstandig moeten besteden.

Hipste rugzak op school anno 2013 is van het Engelse merk Eastpak. Soms hebben leerlingen de bovenste twee dwarsstreepjes van de E donkergekleurd, zodat er ‘Lastpak’ staat: dat is vast dat rugzakje van die zorgleerlingen, vermoed ik.

Rugzakje van zorgleerling

Vanaf volgend jaar wordt veel van ons docenten verwacht: wij spelen binnen deze verandering een centrale rol, omdat wij de kinderen dagelijks begeleiden.

Daarop moeten we worden voorbereid, want inderdaad, ik heb het nog niet helemaal onder de knie. Toen ik na het gesprek afscheid nam van de leerling zei ik met ironische ondertoon: ‘Ik moet nu echt weg, ik heb een vergadering en dat vind ik toch zo ontzéttend leuk, vergaderen!’. ‘Oh ja?’, was zijn antwoord in alle ernst, ‘u vindt vergaderen leuk?’

Mijn school neemt de toekomstige ontwikkelingen van het Passend Onderwijs heel serieus. Daarom werden alle docenten al in de eerste schoolweek bijeengeroepen voor een presentatie over zorgleerlingen in het algemeen, maar die op onze school in het bijzonder. Ik keek om me heen: ik wist zeker dat als mijn collega’s in de huidige tijd groot waren geworden, er een aantal van een stempel zou zijn voorzien. Niet iedereen kon de aandacht er bij houden.

We kregen karakterschetsen van de leerlingen die veel overeenkomsten vertoonden, maar ook individuele verschillen. Ons werden eenvoudige handreikingen gegeven hoe we zouden kunnen reageren in bepaalde situaties. Docenten moeten bijvoorbeeld altijd duidelijk en eenduidig zijn in instructies, moeten emotioneel neutraal in hun benadering zijn en moeten heldere afspraken maken. Dat was gelukkig een duidelijke instructie.

Maar wat vooral bleek, is dat de ene zorgleerling de andere niet is en dat we vooral hun kwaliteiten aan moeten spreken.

De bijzondere leerling liet me zijn hobby’s raden aan de hand van twee data uit de vaderlandse geschiedenis: “10 juli 1584 en 20 september 1839”. De moord op Willem van Oranje herkende ik gelijk, de aanleg van de eerste Nederlandse spoorlijn iets later. Zijn hobby’s? Binnenlandse politiek en treinen. Geweldig.  

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 05-09-2013)

zaterdag 26 oktober 2013

Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Pruikentijd tot Justin Bieber-kapsel




Klik hier voor een opname van mijn tweede bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk op de website (ook voor andere programmaonderdelen).

donderdag 24 oktober 2013

Alle Gekken Binne Wolkom

Klik hier voor de opname van het nummer Alle Gekken Binne Wolkom. 

Alle Gekken Binne Wolkom - tekst

Sjong dyn fredesliet
bliuw by dyn wurd
dat'st altiid preeke hast.

Doch it net, lit it nea gean
Die moaie tiid
diet'st sa helder yn de holle hast

Dream, fan it hea,
droech op 'e wein
en in pilske nei de tiid.

En de sinne is in bol fan goud,
alle gekken binne wolkom hjir.

De dei begjint
it feest giet oan.
Mar wat wit hoe't it rint?
Moast net útgean fan moarn.
De famkes wachtsje,
hja wachtsje op dy!

Smiet, nochris in stien
yn de poel
sirkels driuwe fan dy ôf.

Sa kin it gean. Wat hast by’t ein?
It set útein, it wurdt mar grutter
en mar grutter

De dei begjint
it feest giet oan.
Mar wat wit hoe't it rint?
Moast net útgean fan moarn.
De famkes wachtsje,
hja wachtsje op dy!

Nim dyn famke mei nei it feest
En dûnsje hiel de nacht.
Oant de dei de sinne bringt,
En it ljocht.
Alle gekken binne wolkom hjir.


dinsdag 15 oktober 2013

Ik moet u even corrigeren

‘Ik heb dit nog nooit beleefd, moet ik u zeggen, maar ik vind het alleraardigst!’, zei de docent aan de andere kant van de lijn, ‘ik heb de literatuur er maar even bij gepakt.’ Ik had mijn commentaar op zijn eerste correctie nauwgezet uitgewerkt en hem gemaild. We waren vrij snel klaar. Hij was verrast, maar verheugd dat we tot een serieuze, inhoudelijke discussie kwamen. Zijn reactie kwam overeen met die van een andere docent, een jaar geleden, die me toevertrouwde dat hij het in 22 jaar nog nooit had meegemaakt dat er kritiek kwam op zijn correctiewerk.

De respons van beide heren representeert de deplorabele staat waarin de tweede correctie verkeert. Ingesteld om een nauwkeurige beoordeling van het examenwerk te verzekeren, is de tweede correctie verworden tot een tijdrovende, maar slecht betaalde rotklus waar veel docenten zich liever met een jantje-van-leiden van afmaken. 

De eerste docent kijkt het werk opportunistisch na en haalt wat er te halen valt. Het is aan de tweede corrector dat opportunisme te temperen en de te ruime score te corrigeren, maar dat gebeurt zelden. Het CITO kwam vorige week in een onderzoek na een onafhankelijke ‘derde correctie’ bij sommige vakken gemiddeld meer dan een punt onder het vastgestelde cijfer. De praktijken van de islamitische onderwijsunderground zijn frauduleus, maar deze gang van zaken is dat net zo goed. 

Dat veel docenten zich weinig moeite getroosten de tweede correctie serieus en met de volle aandacht te doen, verbaast mij geenszins. Kijk, als je docenten afscheept met een vakkenvulloon van maximaal 40 euro per nagekeken klas, ongeacht de bewerkelijkheid van een vak, dan werk je nalatigheid in de hand. Ik verdiende zelfs een beter uurloon toen ik als tiener in de zomerperiode aan de lopende band bollen pelde in Noord-Holland en het mag als algemeen bekend verondersteld worden dat bollen pellen minder fraai werk is dan examens corrigeren.

En dan dit: docenten worden betaald per schoolsoort. Iemand met een vmbo-, een havo- en een vwo-klas verdient dus driemaal meer dan iemand met drie vwo-klassen, terwijl het aantal gewerkte uren nagenoeg overeenkomt. Bovendien, de taalexamens zitten vaak vol met meerkeuzevragen waarvan het aantal geantwoorde letters nog niet eens één antwoord van het geschiedenisexamen kunnen vormen. De open vragen van de zaakvakken resulteren in een nakijkklus die meerdere dagen in beslag neemt. Toch is de vergoeding gelijk. Nee echt, de huidige staat van de tweede correctie is een lachertje.

Het resultaat is dus dat docenten het toegestuurde werk helemaal niet of steekproefsgewijs doornemen – ze zijn al blij dat de eerste correctie erop zit en voor 40 euro lopen docenten zich nou niet echt het vuur uit de sloffen. Kritisch zijn betekent gedoe. En een docent wil niet nog meer gedoe aan het eind van het schooljaar. Daarom is het een zeldzaam beeld aan het worden, de driftige, maar keurige docent die een hele avond aan de telefoon hangt, omdat hij alle antwoorden letterlijk voorleest en van commentaar voorziet. Mocht de tweede correctie ooit nog eens serieus genomen worden, dan hoop ik dat men gaat e-mailen. Telefoneren is zó 1999.

Als staatssecretaris Dekker de huidige behandeling van de tweede correctie inderdaad ‘onaanvaardbaar’ vindt, dan moet hij niet de oplossing in de correctieprocedure zoeken, maar er serieus voor gaan betalen. Zijn idee, de eerste correctie door een ‘vreemde’ docent laten doen en de tweede door de eigen docent, is goed. Een ander idee, de examens dubbelblind corrigeren door een gescande versie naar de tweede corrector te sturen, is niet verstandig, want een kwetsbare procedure.

In elk geval is de betaling per schoolsoort, het gelijkschakelen van bewerkelijke en minder bewerkelijke vakken en de schamele vergoeding niet een houdbare situatie. 

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 27-06-2013)

zondag 22 september 2013

Kluissleutel tot succes

Er is nog geen knoop doorgehakt door de inspectie als ik deze column wegstuur. In Rotterdam zijn vandaag drie examendieven opgepakt. Het klinkt als een film – drie dieven, een kluis, een verdwenen sleutel, een lek – maar het is het grootste geval van examenfraude in onze geschiedenis. Het drietal heeft maar liefst vijftien examens uit de schoolkluis gestolen. De vraag is hoeveel leerlingen welke eindexamens hebben ingezien voor het officiële examenmoment.

Ik moet eerlijk zeggen, al zag ik een examen Frans een maand tevoren in, dan nog had ik te weinig tijd. Als ik in een supermarché een brood wil kopen, kom ik met vijf flessen wijn, een feesthoed en een bandenplakset terug bij de tent. Toch blijken de resultaten van Ibn Ghaldoun, de Rotterdamse school waar het om gaat, bovengemiddeld hoog. Dat moet je ze meegeven: als ze hun kans schoon zien, kunnen ze best leren.

Leerlingen in heel Nederland moesten eind mei door het gelekte examen Frans hun reisjes naar zonovergoten drinkoorden omboeken of zelfs annuleren. Ik verwacht het niet, maar als de inspectie de vijftien examens landelijk ongeldig verklaart, dan is dat een nationale ramp. Dan komt koning Willem-Alexander 's avonds in beeld om zijn medeleven te betuigen.

Ook het havo-examen geschiedenis is gestolen, maar ik had nou niet de indruk dat mijn leerlingen een kopie in de inbox hebben ontvangen. Ook werd een examen Arabisch meegenomen. Negentien kinderen in heel Nederland maakten dat examen. Er kwamen zeventien klachten binnen bij het LAKS. Heb je het examen van te voren gezien, ga je ook nog zeuren dat het te moeilijk was.

De islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun kent een roemrucht verleden. In 2008 kreeg de scholengemeenschap een laatste waarschuwing: de kwaliteit zou en moest omhoog, anders zouden ernstige consequenties volgen. De inspectie had de school het stempel ‘zeer zwak’ gegeven; er stonden onbevoegde docenten en imams op de loonlijst en er bleek sprake van een huurachterstand. De school leek zich niet te willen verbeteren. Nog eerder, in 2005 en 2006, werd maar liefst 200.000 euro subsidiegeld besteed aan schoolreisjes naar Mekka. En dan tóch nog het examen Arabisch stelen. 

Uiteindelijk was de maat voor de Rotterdamse wethouder vol. Hij trok de subsidie terug en en raadde ouders per brief aan hun kinderen bij een andere school onder te brengen. Daarmee leek het einde van de school nog slechts een kwestie van tijd. 

Maar in 2009 keerde plotseling het tij. Blijkbaar hadden de waarschuwingen effect. In 2010 kregen alle afdelingen van de school een voldoende van de inspectie. In 2012 werd de vwo-afdeling van de onderwijsinstelling door Elsevier zelfs ‘een opmerkelijke nieuwkomer in de lijst van winnaars’ genoemd.

De sleutel tot succes? Heel eenvoudig: de sleutel van de kluis. Die bleek in 2010 zomaar kwijtgeraakt te zijn. Kort daarop had Ibn Ghaldoun een excellente vwo-afdeling. Eén plus één is twee.

Vervang dan het slot, zou je zeggen. Of de deur. Of de kluis.

Maar wat mij vooral ergert is dat opnieuw blijkt dat het stempel 'excellent' een zeer relatieve kwalificatie is. Hoe kan een school met structurele wantoestanden opeens met een excellente afdeling het nieuws halen? Als de inspectie nou eens écht ging kijken hoe het op scholen gaat, zonder zich te verliezen in cijfermatige muggenzifterij, dan kregen we vast andere lijstjes.

Eén ding weet ik zeker: op mijn school excelleren we in veiligheid, onderling vertrouwen en wederzijds respect. Onze examenresultaten zijn puik en onze kluis zit potdicht. Ik hoop dat, op de dag wanneer deze column gedrukt staat, mijn leerlingen gewoon weten of ze geslaagd of gezakt zijn.   

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 13-06-13) 

Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Vuistbijl Tot IPhone


Klik hier voor een opname van mijn eerste bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk op de website (ook voor andere programmaonderdelen). 

zondag 15 september 2013

Gestrande bultrug

Op 9 april strandden de cao-besprekingen tussen de VO-raad en de onderwijsbonden. Er werd nauwelijks bij stil gestaan in het nieuws. In Nederland is meer aandacht voor een gestrande bultrug dan voor het gestrande cao-overleg, dat juist zo cruciaal is.

Ik keek het weerbericht van die dag in april nog eens terug en hoorde Gerrit Hiemstra zeggen: ‘Voor het eerst sinds lange tijd is het weer gaan regenen…’ – sindsdien is het snertweer en ik geloof stellig dat het door de vastgelopen gesprekken komt. Zelfs God is boos.

Het steekt de bonden dat de VO-raad onder de optimistische noemer ‘modernisering van de arbeidsvoorwaarden’ wil bezuinigen op personeelslasten en dus de rekening doorspeelt naar de docenten. De bonden weigeren daar uiteraard in mee te gaan. De VO-raad wil bovendien nauwelijks iets vastleggen in een centrale CAO, maar het onderhandelproces decentraliseren, dus doorschuiven naar de scholen, zodat docenten overgeleverd zijn aan hun besturen en directies. Evenmin wil de VO-raad met de bonden optrekken richting Den Haag om eens serieus over geld te praten.

De minister heeft grote ambities, maar weigert die financieel te ruggensteunen. Dit schooljaar startte onderwijsland met 8500 banen minder en die trend zet door. De klus moet met steeds minder mensen geklaard worden. Het is momenteel alsof de schurk het slachtoffer tegen de muur drukt, de keel dichtknijpt en dan zegt: ‘Ik heb mooie plannen met jou. Heel erg mooie plannen!’ 

De VO-raad moet harder op de Haagse deur kloppen. In Den Haag woont ook Ton Elias, de bultrug van de VVD, die onlangs nog pleitte voor rechts inhalen op de snelweg, waarschijnlijk omdat hij zelf het stuur niet meer naar links kan draaien, omdat zijn riante salaris in de weg zit. In 2011 werd zijn motie om de BAPO-regeling af te bouwen aangenomen in de Tweede Kamer: dat is nu de ‘modernisering’ waar de VO-raad mee op de proppen komt.  

BAPO. De afkorting staat voor Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen. De regeling houdt in dat docenten vanaf hun 52e een derde van hun salaris kunnen inleveren voor 170 en later 340 vrije uren per jaar bij een volledige baan. Het oorspronkelijke doel, de naam zegt het al: ouderen bij de les houden. De te hoge werkdruk voor de senioren leidde in het verleden niet zelden tot een enkeltje ziektewet of vervroegd uittreden. In ruil voor de afspraak kregen de docenten geen loonsverhoging. En nu wil de VO-raad de regeling uitgummen; in het pluche van de raad of de Tweede Kamer kun je goed oud worden – voor de klas ligt dat anders. Gevolg: de ervaren docent zit straks ziek thuis. En die leeggevallen uren worden heus niet opgevuld door de jonge docent die door het verdwijnen van de BAPO-regeling nou juist het veld moest ruimen.

Ook wil de raad een streep door het entreerecht halen, de in de CAO overeengekomen deal dat eerstegraders die meer dan 50% in de bovenbouw doceren vanaf augustus 2014 automatisch bevorderd worden naar de LD-schaal. Het oorspronkelijke doel was hoogopgeleide docenten te lokken om inderdaad ambities als die van de minister te kunnen verwezenlijken en om zulke docenten te behouden.

Zelf heb ik me jaren verheugd op het entreerecht; ik was blij dat ik me als academicus en bovenbouwdocent me geen moeite hoefde te getroosten een portfolio vol papieren prestaties bij te houden om carrière te maken. Als de regel geschrapt wordt, dan demotiveer je een grote groep jonge, hoogopgeleide docenten die het onderwijs zullen verlaten of nooit meer zullen overwegen er überhaupt in te stappen.

Moet ik ook op zoek naar een baan buiten het onderwijs? Het lijkt me namelijk onmogelijk met de toenemende werkdruk en het geplande schrappen van tegemoetkomingen heelhuids mijn pensioen te halen.

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 30-05-13) 

Updates:


vrijdag 28 juni 2013

Vind ik leuk

Er zijn docenten die zeggen dat ze niet betaald worden om leerlingen leuk te vinden of zelf leuk gevonden te worden. Ze worden betaald om te doceren, dus dat is wat ze doen. Als iemand dat zegt, dan is dat eigenlijk een beetje zielig. Wie wil nou niet ‘geliked’ worden? Kom op zeg.

Ik geloof dat een goede docent veel meer is dan alleen een verkoper van vakkennis, iemand die het oplossen van functies of het ontleden van een ingewikkelde zin goed kan uitleggen. Een serieuze docent werkt ook aan een goede band met de leerlingen en is tegelijk een lichtend voorbeeld, een kampioen, zegt de Amerikaanse onderwijsvrouw Rita Pierson. Kinderen leren niets of willen niets leren van iemand die ze niet mogen. Zo simpel is het.                  

Werken aan een goede relatie met de leerlingen, dat is wel het laatste wat de Amerikaanse docente in een inmiddels veelbekeken YouTube-video lijkt te doen.

In de stiekem gefilmde video vertelt een verbolgen leerling de docente – die weggedoken zit achter een paperassenmuur op haar bureau – openhartig waar het op staat: als je wilt dat leerlingen veranderen en beter hun best gaan doen, zegt hij, dan moet je hun hart raken. Je kan niet verwachten dat leerlingen veranderen, alleen door te zeggen dát ze moeten veranderen. De leerling voelt zich flink in het pak genaaid. Onderwijs is geen bezigheidstherapie. En omdat iedereen dit begrijpt, is het filmpje een hit.

Docenten die zonder ommezien leerlingen aan het werk zetten, zonder eens door het lokaal te wandelen, een goed verhaal te vertellen, een inspirerend betoog op te steken, een schuine mop te vertellen, zonder eens te vragen hoe het nou eigenlijk met de leerlingen gaat, wat ze van de lesstof vinden, in discussie te gaan, zonder, kortom, bevlogenheid en betrokkenheid te tonen, kunnen maar beter vertrekken.

Betrokkenheid kan ook te ver gaan. In Brabant meende een 40-jarige docent dat het creëren van een sterke band met zijn leerlingen inhield dat hij bevlogen moest gaan tongzoenen met zijn 13-jarige leerling. Tja, hij is twee weken geleden veroordeeld tot werkstraf, celstraf en een geldboete, maar hij had wat mij betreft ook gevonnist kunnen worden tot een leven lang alle Brabantse schoolpleinen schoonlikken.

Van groot belang is een min of meer gelijkwaardige relatie waarin de docent niet alleen begrepen wil worden, maar vooral ook zelf wil begrijpen. Als een leerling de ene na de andere onvoldoende scoort dan kan het heel goed zijn dat de docent de leerling niet heeft begrepen, in plaats van andersom. Als een leerling telkens zijn boeken vergeet, dan is dat echt niet omdat hij de schoolregels niet heeft begrepen – waarschijnlijk voelt hij zich als persoon niet begrepen en vraag hij op deze manier aandacht voor zijn probleem.

Probeer je leerlingen te begrijpen, dan klikken ze op ‘like’ en des te meer ‘likes’ des te meer deuren zich openen. Pubers willen een luisterend oor. Leerlingen vinden het leuk als je je laat zien op de schooldisco. Je bent leuk als je op de hoogte bent van hun leven. Je bent leuk als je sorry durft te zeggen. Echt. Het is geen misdaad leuk gevonden te willen worden. Daar moet je als docent gewoon werk van maken. Het doel: de leerlingen motiveren.

Toen ik enkele weken geleden op de laatste schooldag door de examenkandidaten uitgeroepen werd tot leukste leraar en mij een fraaie koffiemok cadeau werd gedaan, was dat een groot compliment, maar vooral een aanwijzing dat ik vakinhoudelijk ook grotere stappen kan nemen. Tegen mijn collega’s zei ik dat ik me ook geen zorgen had gemaakt over de verkiezing – de lat lag dit jaar ook wel erg laag. Ze lachten. Vonden ze leuk.

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 16-05-2013)

zondag 16 juni 2013

De Derde Fase - Je Bent Geslaagd

Samen met Durk van der Meer maakte ik deze rap voor alle geslaagde leerlingen in het land, maar voor die van mij in het bijzonder. 

vrijdag 14 juni 2013

Uitwisseling

Of het volgend jaar misschien toch iets anders georganiseerd kon worden, vroeg de moeder op de slotavond. Haar zoon en de Italiaanse gast waren elke avond de hort op gegaan en moesten ook elke avond na twaalven weer met de auto opgehaald worden. Of dat niet anders had gekund, vroeg de moeder bij het buffet.

De uitwisselingsweek had heel goed een coördinator kunnen gebruiken, maar helaas, niemand was daartoe aangesteld. Uiteraard was dus ook niemand eindverantwoordelijk voor wat er die week allemaal gebeurde. Maar dat onze leerlingen elke avond van de week hun buitenlandse gasten meesleurden naar de lokale uitbaters, daar hadden wij docenten al helemaal niets mee te maken. Dat viel buiten het programma – dat was de verantwoordelijkheid van de ouders zelf.

Dat de school op zulks aangekeken wordt, is vooral symptomatisch. Vroeger werden ouders boos op hun kind als de rapportcijfers tegenvielen – tegenwoordig richt hun woede zich op de school. De gestelde vraag is dezelfde: ‘Hoe is dit mogelijk?’, daarbij wijzend op de cijferlijst.

Is het iets van deze tijd dat leerlingen in een gewone schoolweek toegestaan wordt avond na avond aan het bier te hangen en dat ze daarna ook nog eens netjes opgehaald worden door het ouderlijke taxibedrijf? Verandert de wereld of verandert mijn kijk op de wereld? Die vraag stel ik mijzelf wel vaker.

Toen ik het voorlegde aan mijn broer en een collega, fronsten ze. Mijn broer zei: ‘Elke avond zuipen? En wat deed jij vroeger dan zelf?’ De collega wuifde mijn ergernis weg en zei: ‘Elke avond zuipen? Dat doe je toch zelf ook?’

Aan hen had ik dus niets.

Het gevolg van de vrolijke avondactiviteiten was een groep van zestig leerlingen die, naarmate de week vorderde, bleker om het gezicht werd en wier wil om overdag de handen uit de mouwen te steken gaandeweg slonk als bladgroente in kokend water. Iemand meldde zich op de laatste dag zelfs ziek – teveel gezopen de avond ervoor.  

Op de laatste dag lieten we de leerlingen voor de slotavond de presentatie van een ‘National Item’ voorbereiden. Ik was benieuwd waar de leerlingen mee op de proppen zouden komen, maar had geen hoge verwachtingen. 

Toen ik hen opzocht, vond ik de groep onderuitgezakt in een lokaal. Sommige hadden de jas aan en mompelden wat voor zich uit, andere hadden bijkans de ogen dicht en weer andere stuurden WhatsAppjes naar de buitenlandse leerlingen in de andere lokalen. In zekere zin was de uitwisseling dus geslaagd, maar de vleesgeworden apathie wekte niet de indruk dat die avond een spetterende show neergezet zou gaan worden. 

Ik informeerde naar de vorderingen. Ze waren al klaar. Het idee: vijf Nederlandstalige kroegklassiekers afspelen en daarop hossen. Gewoon, ongegeneerd met z’n allen dansen op het podium. Geen stijldansen, geen choreografie, nee, niets daarvan, gewoon, springen zonder afspraken, zoals in de kroeg en dan meezingen.

Ik probeerde er nog een intellectuele draai aan te geven, maar besloot ten langen leste dat als zij zichzelf die avond ‘on stage’ te kijk wilden zetten, dat ze dat dan maar lekker moesten doen. De lethargie had inmiddels dus ook mij in haar greep.
                 
Met toegeknepen billen zag ik ’s avonds de groep het podium op gaan, ten overstaan van de ouders die zo graag gezelschapsspelen hadden gespeeld. Guus Meeuwis klonk. André Hazes klonk. Een stevige beat. Iets met een vlieger. En maar hossen. Alsof het de vertrouwde kroeg om de hoek was.

Ondertussen dwaalde ik af, en opeens, terwijl een polonaise aan me voorbijtrok, ontspande ik. Ik keek de aula rond en besefte: het is goed. Zo zagen de ouders toch mooi wat de kinderen zoal hadden gedaan deze projectweek. Ze hadden het leven gevierd, niets meer, niets minder. Die gedachte stelde me enigszins gerust.

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 02-05-2013)

                 



donderdag 30 mei 2013

iPadscholen

Als het aan sommige mensen in het onderwijs ligt staan we aan de vooravond van wat gerust een revolutie genoemd kan worden. Komend schooljaar starten tien zogenaamde Steve Jobsscholen, door diezelfde mensen ook wel iPadscholen genoemd. Een school voor hippe kiddo’s, moet je rekenen, die Ravi of Toy heten en die naar school gebracht worden in de bakfiets.                 

Steve Jobs was een kille, geniale, narcistische psychopaat, een perfectionist die meedogenloos regeerde. Iemand die woest kon worden. Gezellig om daar je school naar te vernoemen. En de docenten moeten natuurlijk verplicht een zwarte coltrui en gympen aan.

Stichting O4NT, Onderwijs Voor een Nieuwe Tijd, denkt dat de iPad de sleutel tot succes kan zijn. Maurice de Hond is initiatiefnemer. De stichting vindt schooltijden, schoolvakanties, het schoolgebouw en de schoolboeken te beklemmend. Leerlingen worden individueel bediend, vakanties staan niet vast, het gebouw is lang open en centraal staan zogenaamde ‘21st Century Skills’.

O4NT anticipeert en doet een poging de ongewisse toekomst te begrijpen, maar, zoals de Deense filosoof Kierkegaard al zei, het leven wordt voorwaarts geleefd, maar achterwaarts begrepen. We hebben geen glazen bol, maar zijn vanzelfsprekend verplicht afgewogen voorspellingen te doen, want het is de wereld van onze kinderen.

In Sneek bewandelt basisschool De Driemaster vanaf volgend jaar ook het iPad. Ik lees ergens op internet een reactie van een moeder: “was nog eerder in het nieuws dan dat de MR en de ouders het wisten te BELACHELIJK voor woorden nee voor de comunnicatie krijgt het bestuur een 10 van mij!”
                 
Kijk, als het bestuur van een school niet kan communiceren en de ouders het woord communicatie niet kunnen spellen, misschien moeten we het voor de komende generatie dan inderdaad over een andere boeg gooien.

Communicatie is een 21st century skill, lees ik op de site van O4NT, net als creativiteit, innovatief en kritisch denken, problemen oplossen, leiderschap, productiviteit en samenwerken. Dat zijn de vaardigheden die de werknemer van deze eeuw onder de knie schijnt te moeten hebben. Volgens mij waren die vaardigheden altijd al handig. Maar wie weet nou echt wat leerlingen moeten kunnen en kennen? Misschien moeten ze wel heel goed een automatisch geweer kunnen hanteren. Of bessen kunnen verzamelen. Of een ruimteschip besturen.

Ook mijn school staat voor een belangrijk keuzemoment. Begin volgend jaar betrekken we een nieuw schoolgebouw en vanzelfsprekend moet dan de multimediale inrichting besproken worden. Moeten alle docenten een tablet? Moeten de leerlingen misschien een Chromebook? Moeten we van de schoolboeken af? Moet ik mijn lessen op YouTube zetten? Moeten docenten coaches worden? Genoeg vragen, maar we zijn het nog niet helemaal eens.

In Sneek vinden sommige ouders dat hun kinderen slachtoffer van een onzeker experiment worden. En dat is het in zekere zin ook. Wat de precieze uitwerking zal zijn kan niemand zeggen. Hoe staat het straks met de spellingsvaardigheden van leerlingen? Kunnen ze straks nog elementaire rekensommetjes maken? Hebben we te maken met een ‘auto-correct-generatie’? En is dat erg?

Ik krijg de indruk dat de besturen van de Steve Jobsscholen zich in de spotlight willen spelen door het onderwijs in te richten naar de beschikbare technologie. Het traject moet andersom bewandeld worden: eerst moet een duidelijke onderwijsvisie geformuleerd worden en dan moet gekeken worden welke rol technologie daarin kan spelen. Er wordt momenteel gewerkt aan de ‘edu-iPad’ – het gaat misschien de goede kant op.

We kunnen niet in de toekomst zien, maar we moeten wel pogingen ondernemen het schoolsysteem op de dag van morgen voor te bereiden. Onderwijs kan niet meer om de digitale revolutie heen, maar zorgvuldigheid is geboden. Radicale revoluties leidden in het verleden niet zelden tot bloedvergieten. Dat werd achterwaarts begrepen. 

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 18-04-2013)

dinsdag 21 mei 2013

Verder Kijken (Vind ik leuk - 16 mei 2013)


In mijn column 'Vind ik leuk' van afgelopen 16 mei (hier nog te publiceren) noem ik een YouTube-video die 'viral' ging. Het gaat om dit filmpje:


Ook noem ik Rita Pierson, die voor TED Talks Education (7 mei 2013) het volgende zei:


Een niet te missen spreker aldaar was Sir Ken Robinson:


Voor alle overige 'talks' klik hier


zondag 19 mei 2013

Flippen


Ik kon het eerst maar moeilijk uit mijn strot krijgen, dat viezige modewoord, maar als je het maar vaak genoeg door je strot geduwd krijgt, verdomd, dan gaat het er ook steeds makkelijker uit.

Differentiëren, oftewel: je leerlingen stuk voor stuk op maat bedienen. De reactie van de docentenprimaat: onmogelijk! Hoe kan je ooit in die twee of drie keer vijftig minuten per week voor al die dertig leerlingen de juiste didactische, pedagogische, stofinhoudelijke cocktail bereiden?

Een docent kan moeilijk dertig verschillende frontale instructies geven. Dus eenheidsworst. De leerlingen die het al lang snappen, dommelen weg; de leerlingen die maar moeilijk meekomen, krijgen nauwelijks de kans te stof te laten bezinken of uitleg te vragen. Je probeert iedereen mee te krijgen, je ploetert, je zweet, maar je doceert vooral de gemiddelde leerling.  

Maar we hoeven niet te wanhopen, want behold, er is weer eens iets superhips overgewaaid uit de Verenigde Staten – het heet ‘Flipping the Classroom’ en misschien werkt het nog ook.

Toen de oprichter van de Khan Academy, de Amerikaan Salman Khan, in 2000 besloot zijn nichtjes te helpen met wiskunde en zijn eerste instructievideo’s op YouTube plaatste, had hij niet voorzien dat hij daarmee de basis legde voor een wereldwijde trend.

De ideeën van Khan vormen mede de basis van wat dus ‘Flipping the Classroom’ gedoopt is: kennisoverdracht vindt plaats in een video die de leerlingen overal en in hun eigen tempo kunnen kijken. In de les is er dan ruimte voor discussie, interactie, opdrachten en, juist, daar komt-ie, maatwerk. Flippen? Ja, lekker flippen: de instructie vindt thuis plaats, het ‘huiswerk’ in de klas. Omgedraaid dus.

Het lijkt mij een goed idee om de leerlingen de filmpjes te laten maken. Ik noem het dan ‘Flipping flipping the classroom’. U kunt me boeken.            

Veel universiteiten zetten ook steeds meer colleges online, zodat studenten thuis met bier en pizza de professor nog eens rustig kunnen horen uitleggen. Of ze kunnen zelfs thuisblijven.

In Nederland is een aantal geschiedenisdocenten ook gaan flippen en ik profiteer daarvan. Het YouTube-kanaal van de Eindhovense docent Joost van Oort is inmiddels meer dan een miljoen keer geraadpleegd, onder meer door mijn leerlingen. Een andere pleitbezorger van het flippen is een zekere Jelmer Evers die er flink mee loopt te schnabbelflippen.

Ik krijg de kriebels van de stem van beide heren (zachte g en aardappel-r), maar  toegegeven, ze flippen er flink op los. Ze leveren een knap staaltje.

Er zijn bezwaren. De interactie tijdens de kennisoverdracht (de vingers in de lucht) is er niet bij en ja, het kost tijd en enige softwarekennis om de filmpjes te maken, en heus, er zijn nog steeds leerlingen die thuis geen internettoegang hebben of zeggen te hebben.

En bovendien, docenten hebben anno 2013 niet veel tijd voor hun lesvoorbereiding – het vraagt een flinke inspanning, zo’n soepele presentatie in elkaar zetten, de voice-over opnemen, de video online zetten en daarnaast allerlei activerende didactiek en maatwerk in de les aanbieden. Aan de andere kant: als een aantal docenten er werk van maakt, hoeft de rest het wiel niet opnieuw uit te vinden. Ik zie het professioneel worden, want de trend is gezet. Nogmaals, ik heb van de online-video’s geprofiteerd en ben ze flipping dankbaar.

Dit is wat de 21ste eeuw voor ons in petto heeft. We gaan meer en meer online. De docent voor de klas vertelt minder, maar wordt meer huiswerkbegeleider. Er is meer tijd voor differentiëren, dat is waar en dat is prima, want differentiëren in een nobel doel.  

En het grootste voordeel? Als je eenmaal al je instructies hebt opgenomen, kan je die voor de klas afspelen en zelf een lekkere bak koffie in de personeelskamer halen. Twee zoetjes erin en lekker flippen.

(gepubliceerd in Leeuwarder Courant 04-04-2013)

donderdag 2 mei 2013

Jet en de Finnen

Onze toekomst hangt af van de leraren in Nederland. Daarom wil ze hogere eisen stellen aan de instroom bij opleidingen, minder rompslomp en betere arbeidsvoorwaarden. En oh ja, leraren moeten van elkaar leren.

Zegt Jet.

Jet is geïnspireerd geraakt. Vorige week vond in Amsterdam de ‘Onderwijstop G20’ plaats. Gastland Nederland staat op de zevende plaats in de wereldranglijst, maar tevreden zijn we niet. De minister wordt daarover geïnterviewd. Ik kijk en zie ambities.

We moeten naar Finland kijken, zegt ze. We weten het intussen: Finland is onderwijssprookjesland. Daar worden leraren ‘De Kaars van De Natie’ genoemd. In Nederland zijn docenten eerder de Aars van De Natie. In Finland worden leraren aanbeden, begeerd zelfs – iedereen wil er met een onderwijzer trouwen. Leraren moeten weer sexy worden, zie ik haar denken. Dat begint met de minister, denk ik op mijn beurt.

In Finland staan alleen academici voor de klas. In Finland hebben ze drie maanden zomervakantie. In Finland is het onderwijs gratis, net als het schooltransport en de lunch. Leerlingen maken er 780 (in plaats van 1040) uren per jaar. Maar ook: in Finland is minder dan 1 procent van de inwoners van niet-westerse afkomst. In Finland heeft men nog ontzag voor gezagdragers. Finnen maken een langetermijnplanning en ze wedden niet op honderd paarden tegelijk. In Finland, in Finland, in Finland!

Ik ben altijd fan geweest van Jari Litmanen, de Finse voetballer van Ajax. Ontzettend sympathieke nummer 10. In Amsterdam noemden ouders hun kind Jari Litmanen, als in: Jari Litmanen de Vries. Litmanen opende de ogen: eigenlijk bleek alles in Finland sympathiek en solide geregeld. Nokia maakte onverwoestbare mobieltjes. Ze spraken er een Finoegrische geheimtaal. Ze kwamen samen in sauna’s.

En hun onderwijs staat dus al jaren op de eerste plaats.

In het item dat EenVandaag aan de G20 wijdt, komen drie docenten aan het woord. Hun verhaal klinkt als een mop die de verschillen fraai blootlegt.

De Fin zegt: ik ben goed opgeleid en gelukkig, ik heb heel veel vrijheid in mijn werk. De Amerikaan zegt: de politieke koers verandert om de haverklap, ik moet teveel vergaderen en cursussen volgen, maar gelukkig, ik heb veel vrijheid in mijn werk. Dan zegt de Nederlander: ik heb mijn lesbevoegdheid nog niet, de politieke koers verandert om de haverklap, ik moet veel vergaderen, veel cursussen volgen en… meer mag ik daar eigenlijk niet over zeggen.

Het verschil? Vrijheid dus.

Onderwijs is altijd overgeleverd geweest aan de grillen van een nieuw kabinet. Nu zit Jet aan het roer en dat is goed nieuws. Althans, minder rompslomp en betere arbeidsvoorwaarden, dat klinkt als muziek in de oren. Heeft ze opgelet en niet teveel met haar mobieltje gespeeld op de onderwijstop, dan zal Bussemaker deze doelen proberen te verwezenlijken door zich te richten op de autonomie van scholen en vooral van de leraar.

Het Finse systeem is gebaseerd op vertrouwen. De Finnen geloven niet zo in ‘meten is weten’ – scholen en docenten worden er niet telkens en opnieuw gecheckt, geëvalueerd, langs de meetlat gelegd, doorgelicht, gescand, uitgehoord. Er zijn geen standaard kwaliteitscontroles en scholen bepalen hun eigen curriculum. Kwaliteit komt voort uit goed opgeleide docenten die als professionals behandeld worden, niet uit voortdurend wantrouwen. Het is die op vertrouwen gebaseerde vrijheid die het Finse succes verklaart.

Dus stop de voortdurende metingen en inderdaad, mevrouw Bussemaker, pak de daaruit gegroeide paperassendictatuur aan, vooral in het basisonderwijs. De kern van goed onderwijs zit in goede lessen, in de relatie tussen de docent en de leerling. En wie weet, misschien hebben we dan ook nog wat tijd over om van elkaar te leren. Liefst in de sauna.

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 24-04-2013)

zondag 21 april 2013

Verder Kijken (iPad-scholen - 18 april 2013)

Sneek | Het is onrustig op obs Driemaster Noord in Sneek. Nadat de directie vorige week bekend maakte dat de basisschool volgend jaar een iPadschool gaat worden, hebben al verschillende ouders besloten hun leerlingen van de school te halen. Volgens Betske Salverda van openbare onderwijskoepel Odyssee zijn er inmiddels echter ook tientallen ouders ,,uit de wijde omgeving” die juist overwegen om hun kind volgend jaar wél naar de nieuwe school te sturen.
Bij de zogenoemde Steve Jobsschool staat de iPad centraal; kinderen krijgen les via een tabletcomputer met aanraakscherm. Bestuursvoorzitter Salverda denkt dat dat de methode van de toekomst is. ,,Het grote voordeel is dat we dan iedere leerling onderwijs op zijn of haar eigen niveau kunnen geven. Dat is bij klassikaal lesgeven een stuk moeilijker.”
Verschillende ouders voelden zich overdonderd door de plotselinge aankondiging.
(gepubliceerd op de website van het Friesch Dagblad)


donderdag 18 april 2013

School als real life soap


Jongerenomroep BNN is van plan een zesdelige documentaireserie over scholengemeenschap Jan Arentsz in Alkmaar te maken. De omroep benaderde 110 scholen, waarvan er 107 gelijk bedankten. Van de drie twijfelaars kwam Alkmaar als Big Brother-huis uit de bus.

Het grote aantal afwijzingen wekt geen verbazing. Je neemt als school nogal een risico als je camera's in je gebouw laat ophangen. Straks de directeur poepend in beeld. Je filmt gewone mensen en dus zit je met privacy, nazorg, de sociale media en allerlei andere aspecten waarop de serie een onvoorspelbaar effect zal hebben. Werd afgelopen jaar overigens al niet het dieptepunt in real-life-televisie bereikt met het net te laat afgelaste ziekenhuisprogramma ‘Tussen Leven En Dood’? Zijn er geen idioten die de camera’s gaan gebruiken voor een statement?

Toch werden alle geledingen van de Alkmaarse school – directie, personeel, leerlingen en ouders – het vorige week eens over het project. Ze zien er een uitdaging in, moet je maar rekenen. Er komen 35 camera's: tien in twee lokalen, de rest in de aula, de personeelskamer, de kantine en bij de ingang. De toiletten worden gemeden, dat snap ik, vanwege de gebakken lucht van de directeur, maar waarom niet een camera in de bestuurskamer? Dát wil ik zien! Dat geschuif met geld.

Om de kans op misstappen te voorkomen is de boel flink ingedekt. De school heeft bijvoorbeeld het recht om de montage naar eigen inzicht te herstellen en wie niet in beeld wil, komt ook niet in beeld. Dus zien we straks geblurde hoofden het schoolgebouw binnenlopen, hangen er zwarte balkjes voor de kinderogen in de schoolbanken of is iedereen uiteindelijk toch zo camerageil dat privacy geen issue meer is? Kijk mij nou. Met mijn sexy blik. Met mijn duckface. Met mijn Justin Bieber-kapsel. Ik kan een dansje. Ik kan een trucje. Alle ogen op mij, alle ogen op het scherm. Stem nu. Praat mee op Twitter en geef je mening, mening, mening!

Juist. Privacy. Social media. Nazorg. BNN heeft een huispsycholoog gemobiliseerd, las ik.

Tijdens mijn middelbare schooltijd ging ik 's middags rond vieren met mijn kopje thee naar mijn slaapkamer om Heartbreak High te kijken, een Australische televisieserie over een middelbare school. Nep en onschuldig. Met van die aantrekkelijke meisjes met een gek, Australisch accent. Met Anita en Drazic. Ryan en Katerina. Het was altijd mooi weer. Altijd wel een karakter waar je jezelf aan kon spiegelen. Was je niet de knapste, dan toch wel de gekste.

Tegenwoordig is er de successerie SpangaS die al jaren dagelijks wordt uitgezonden op Nederland 3. Ik kokhals ervan. Twintigers die tieners spelen. Overacting. Aanstellerij. Alles vergroot. Inderdaad, net als Heartbreak High inderdaad, maar je wist het niet.

En dan nu, geheel passend in de nieuwe televisietraditie, komt school als real-life-soap. Er wordt niet langer geacteerd. Hoewel…

BNN@School, zoals de serie gaat heten, is geïnspireerd op de Britse serie 'Educating Essex'. Hierin speelde een haast dictatoriale, rechtlijnige directeur, maar tegelijk een buitengewoon goede geschiedenisdocent een hoofdrol. Zijn karakter droeg een hele aflevering.

Dat is de eerste uitdaging: goede typecasting.

BNN heeft bovendien gezegd alleen de positieve momenten uit de opnames te gaan gebruiken. Maar is positief wel realistisch? Zien we straks dan niet de vermoeide gezichten bij het koffieapparaat, het getreiter in de gang, het gerommel in de bestuurskamer? Want dat is de real-life-soap die onderwijs ook is. Ik voorspel dat het nachtwerk wordt in de montagekamers van BNN. Er moet heel wat uitgeknipt.

En waar gaat het heen? Holland’s next top teacher? So you think you can teach? Leraren springen van het dak? Ik hoop het niet. Dan wordt men per seconde onwijzer.

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 07-03-2013)

zondag 7 april 2013

Verder kijken (Flippen - 4 april 2013)



In mijn column 'Flippen' van afgelopen donderdag 4 april noem ik Salman Khan. Zijn presentatie voor Ted kun je hier zien: 



Ook noem ik Joost van Oort, de Eindhovense geschiedenisdocent die aan Flipping The Classroom doet. Hier een voorbeeld. 




zaterdag 6 april 2013

Iemand moest het doen...


De afgelopen drie weken bracht ik met mijn collega M. door op St. Maarten, maar jongens, het viel niet mee. Het is er alle dagen zonnig, de zee is er azuurblauw, het bier is er goedkoop en tot overmaat van ramp kwamen onze vrouwen ook nog over.

Nee, de omstandigheden logen er niet om. We gingen ernaartoe in het kader van een uitwisselingsprogramma van het Europees Platform. Europa heeft geld en daarvan moesten wij natuurlijk aan het werk op een tropisch eiland waar je tot in de late avond in korte broek op een terras kan zitten. Laat ik het zo zeggen: iemand moet het doen en wij zijn de minste niet.

De privéschool die we bezochten heet de Caribbean International Academy, kortweg de CIA, en het schoolsysteem is Canadees. Ik bestudeerde dus de Canadese geschiedenis en legde die uit aan een internationaal stel intelligente leerlingen voor wie soms geldt dat Engels, soms Frans, soms Nederlands, soms een andere taal de moedertaal is. Het gebouw heeft een eigen zwembad, jonge, enthousiaste docenten en de gymlessen vinden deels plaats op het strand. De lokalen zijn er ruim en kijken uit op de zee, er zijn geen tussenuren, het loon is in orde, docenten krijgen een auto van de zaak en daarbovenop een flinke som geld voor een appartement.

Maar dat is niet het ergste.

Neem bijvoorbeeld de klassengrootte: de geschiedenisklas die ik dagelijks doceerde was ongeveer de grootste en had twaalf leerlingen! Het is maar goed dat er twee Nederlandse docenten op bezoek kwamen om die losgeslagen bende te temmen. Ik bedoel, iemand moet zich toch opofferen?

Als de lessen om half drie dan eindelijk afgelopen waren gingen M. en ik frisbeeën op het strand om de druk van de schouders te halen. Daar waren we echt aan toe. Je moet het ook niet te bont maken in de Antillen. Als het werk gedaan is, is het werk gedaan.

De vrije uren vulden we met plichtmatigheden. Je bent per slot van rekening gast; je hebt je te schikken naar de lokale mores. Men stond er op, ja werkelijk, men drong er nogal op aan ons mee te nemen naar de beste restaurants, de mooiste uitzichten en de witste stranden. Het zou ongepast zijn geweest die uitnodigingen te weigeren. Er zat in feite weinig anders op dan maar mee te gaan – zucht! – en inderdaad te proeven van de beste gerechten, ons te vergapen aan de plaatjes die je tegenkomt in reisgidsen en mee te zwemmen in de Caribische Zee. En ondertussen namen we op de koop toe dat we bruiner en bruiner werden. We zeiden er maar niets van. Op zulke momenten moet je het maar gewoon op je af laten komen.

Zo sleepten we ons na schooltijd van strand naar restaurant en van restaurant naar vergezicht. 

Omdat M. en ik tot halverwege de middag in touw waren ons te verdiepen in het schoolsysteem, doceerden, overleg voerden, het project kortom vormgaven, waren onze vrouwen op elkaar aangewezen. Hen restte niets anders dan te gaan shoppen en te bruinen. Puur tijdverdrijf, inderdaad. Een kwalijke zaak.

Uitwisselingsprogramma’s zijn cruciaal voor internationalisering. Dat besef ik heel goed. Een andere, in dit geval buitenlandse, school bezoeken en kennisnemen van het daar vigerende onderwijssysteem, de didactiek, de lesstrategieën en pedagogiek is een bijzonder verrijkende ervaring. Dat besef ik terdege.

Maar het is van de zotte dat ik zo lekker bruin ben geworden, dat ik heb kunnen werken aan mijn frisbeeskills, dat mijn vrouw overkwam en dat ik uitgerust weer in het vliegtuig ben gestapt. Mijn jaloersmakende Facebookupdates werden dan ook niet altijd even vriendelijk beantwoord. Dat snap ik heel goed. Maar oké, iemand moest het doen. Toch?

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 21-02-13)