vrijdag 22 november 2013
Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Maan Tot LED
Klik hier voor een opname van mijn derde bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk hier en ontdek wat het geweldige programma nog meer te bieden heeft.
Klik op akkoord om verder te gaan
Akkoord,
er is een onderwijsovereenkomst. Een akkoord in muzikale termen gaat
uit van minstens drie tonen. Die zijn er weliswaar, maar de grondtoon
mist: de AOB, de belangrijkste vakbond, heeft niet ondertekend. Ach,
zeggen de ondertekenaars, de vakverenigingen die wel tekenden zijn
samen groter dan de AOB, en ze zongen in koor: wij zijn lekker met
mee-eer!
Dat
ondertekenen gebeurde op een zogenaamd smartboard, de vervanger van
krijtborden en whiteboards, dat stukje vernuft dat inmiddels op de
meeste scholen hangt. De ondertekenaars kregen zeer duidelijk de
instructie de pen niet van het bord te halen tijdens het tekenen –
van de onderwijspraktijk hebben ze immers weinig kaas gegeten.
Eerst
zette de minister een handtekening. ‘Mooooi…’, aldus de
aanwezigen. De paraaf van de staatssecretaris werd daarna ontvangen
met een goedkeurende ‘Nice!’. Jan van Zijl van de MBO-raad had
niet goed opgelet. Hij haalde de pen tijdens het tekenen van het
bord. Hij verdedigde zich. Het was ook een moeizaam proces geweest.
Dat
moeizame proces heeft geleid tot een akkoord waar docenten niet over
mee mochten praten en dat dus nauwelijks draagvlak kent. In het
voortgezet onderwijs is 61% van de docenten negatief over het
akkoord. Top-down-management vindt op alle niveaus plaats.
In
het akkoord springen vooral niet-concrete afspraken en halve
waarheden in het oog. Er wordt blijkbaar een blik nieuwe leraren
opengetrokken, maar waar moet dat blik met 3000 mensen vandaan komen
en waar moeten ze dan naartoe? Gaat het hier om het huidige
lerarenoverschot of over het komende lerarentekort? Of moeten die
3000 behouden worden, zoals ik ook lees. En hoe dan? En wie dan? En
waar dan? In het primair of het voortgezet onderwijs? Zeg het! Ik wil
duidelijkheid! Bovendien, die paar duizend, dat is een druppel op een
gloeiende plaat.
De
BAPO wordt afgeschaft, maar een overgangsregeling is er nog niet. En
de diepbevroren nullijn blijft in 2014 eerst nog staan; er wordt
weliswaar 34 miljoen beloofd om dit te verzachten, maar dat is een
loonsverhoging van een bleek patatje oorlog en een frikadel speciaal per maand.
Belangrijk
onderdeel van het akkoord is de werkdruk. Hoewel, men is vooral
voornemens de werkdruk te onderzoeken. Ik dacht dat het inmiddels wel
zo klaar als een klontje was. Vergissing mijnerzijds. Het moet eerst
onderzocht worden.
Mij
is het wel duidelijk. Als ik de roosters van mijn collega’s bekijk,
vallen mij vooral de vrije dagen op. Een flink aantal heeft zelfs
twee vrije dagen in de week! Een buitenstaander zou denken: wat nou
werkdruk? Allemaal parttimers met heel veel vakantie!
Ik
werk 0,8 fte. Dinsdags ben ik vrij, maar ik vind het gewoon dat ik op
dinsdagmiddag werk. Het duizelt me als ik ’s middags thuiskom,
omdat ik zo’n 150 pubers heb gezien. ’s Avonds bereid ik na de
aardappelen mijn lessen voor. Ik ben wat chagrijnig als ik
zondagmiddag weer nakijk en vooruitwerk. Ik doe aan onderwijs in mijn
vrije tijd. Ik werk 80 procent, maar feitelijk fulltime.
De
werkdruk zit volgens mij niet zozeer in vergaderingen en papierwerk,
zoals het akkoord suggereert. Tijdens vergaderingen kan ik eindelijk
wat indutten en wat administratie betreft: we hoeven ons als docenten
in het voorgezet onderwijs nauwelijks te verantwoorden. Dat doen onze
directies voor ons. Dat zij daardoor niet aan onderwijs toekomen, is
trouwens wél een probleem.
(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 03-10-2013)
De kogel door de moskee
De kogel is door de
moskee. Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker heeft besloten
de subsidiëring van het Ibn Ghaldoun in Rotterdam te stoppen. Lekker
op tijd kun je zeggen, had je dat niet voor aanvang van het nieuwe
schooljaar kunnen laten weten, meneer de staatssecretaris? Op 9
augustus werd het doorslaggevende inspectierapport al vastgesteld.
Moest het definitieve besluit nou zo nodig ‘over de zomer heen
getild’ worden? Maar goed, zomerreces is zomerreces en die 700
leerlingen konden wel even wachten. Nu staan ze in de eerste weken
van het nieuwe schooljaar op straat en moeten ze uitkijken naar een
nieuwe school. Meteen weer een achterstand.
In het grote plaatje kwam
het besluit sowieso te laat. Uit het vorige week verschenen
inspectierapport blijkt opnieuw dat het Ibn Ghaldoun rammelt en
altijd gerammeld heeft, nieuwe, welwillende bestuurders ten spijt.
Dat is jammer, want met
het besluit valt het doek voor het islamitisch voortgezet onderwijs
in Nederland. Basisscholen op islamitische grondslag zijn er nog wel,
maar vanaf 1 november is er geen enkele islamitische middelbare
school meer in Nederland. Exit Mohammed.
Moslims hebben
vanzelfsprekend het recht op eigen scholen, natúúrlijk zou ik
willen zeggen, maar hoe je het ook wendt of keert, ze hebben de
schijn tegen. Dat heeft verder niets te maken met de publieke opinie
of beeldvorming, nee, afgelopen jaren bleek uit verschillende
onderzoeken dat niet alleen op het Ibn Ghaldoun, maar ook op diverse
andere scholen van islamitische signatuur op grote schaal gesjoemeld
werd met geld. Familieleden en imams stonden op de loonlijst,
medewerkers werden te hoog ingeschaald en er werden niet-educatieve
pelgrimstochten naar de mohammedaanse bakermat geboekt. In 2008
schreef de onderwijsinspectie dat op maar liefst 86% van de
islamitische scholen in Nederland gefraudeerd werd. Bijna de helft
van de scholen stond te boek als ‘zwak’ of ‘zeer zwak’.
Uit het vorige week
gepubliceerde onderzoek van de inspectie blijkt dat, ondanks het
strenge toezicht, van verbetering nauwelijks sprake is. Er is een
schuld van maar liefst 4,5 miljoen euro ontstaan, meer dan de helft
van de docenten is onbevoegd, docenten spreken niet goed Nederlands,
het gebouw en de materiële voorzieningen zijn kwalitatief onder de
maat en de examenresultaten vertonen een neerwaartse lijn. De
diefstal en verspreiding van eindexamens is in dit beeld niet eens
meer verrassend te noemen, maar had wel voorkomen moeten worden door
eerder ingrijpen.
In het rapport lees ik dat
interim-managers kwamen en gingen. Maar liefst een half miljoen euro
werd besteed aan deze falende puinruimers. Dat meer dan de helft van
de docenten onbevoegd is, verbaast me overigens niet: in een stad als
Rotterdam is het immers sowieso moeilijk goede docenten te vinden,
laat staan docenten die passen bij de islamitische identiteit. Wat
betreft de talen waren in de havo- en vwo-bovenbouw alleen de
docenten Arabisch eerstegraads bevoegd.
Betrokkenen zijn verbolgen
over deze uiterste consequentie. Natuurlijk zijn ze dat. Het Ibn
Ghaldoun is de laatste school voor islamitisch voortgezet onderwijs
in Nederland. Om te blijven bestaan werd bij de toelating en
doorstroming niet zelden een oogje toegeknepen; cijfers werden
kunstmatig omhoog bijgesteld. Maar dat houdt natuurlijk eens op.
Bedroevend is het dat de
examenfraude blijkbaar nodig was om alle misstanden aan het licht te
brengen. Hoe zit dat op andere, niet-islamitische scholen die onder
streng toezicht staan? Moet de inspectie daar de boel niet eens goed
doorlichten?
De sluiting is terecht en
een doorstart heeft volgens mij geen kans van slagen. Ik hoop
niettemin dat er een toekomst is voor islamitische middelbare
scholen. Maar dan met bevoegde docenten, met mooie resultaten, met
een goed gebouw en met bescheiden schoolreisjes naar het Rijksmuseum.
(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 19-09-2013)
Passend Onderwijs
“Ik
denk soms heel lang na over grote verbanden”, zei de leerling. “Ik
weet niet of meer leerlingen dat doen. Weet u dat?” Ik antwoordde
hem dat volgens mij de meeste van de andere leerlingen snel afgeleid
werden door hun klasgenoten, hun telefoon en computer, of dat ze zich
verloren in oppervlakkige balorigheid. Bovendien, ze voelden daartoe
ook niet die sterke drang die hij voelde. Ik zei hem dat hij hierin
toch best bijzonder was.
Hij
wijkt af van de rest van de klas omdat hij PDD-NOS heeft. Andere
leerlingen wijken af, omdat ze rood haar hebben. Of omdat ze heel
goed zijn in voetbal. Of geboren zijn in een ver land. Of gescheiden
ouders hebben. Maar PDD-NOS is een afwijking die opgenomen staat in
de DSM, de Diagnostic
and Statistic Manual of Mental Disorders,
dat dikke Amerikaanse boek waarin ook ‘afwijkingen’ als het
Syndroom van Asperger en ADHD zijn opgenomen en dat dit jaar zijn
vijfde update beleefde. In het speciaal onderwijs is mijn leerling
een zogenaamde cluster-4-leerling: in dit geval iemand met een
autismespectrumstoornis.
Wat
afwijkingen betreft geldt overigens altijd: als de meerderheid het
heeft, is het geen afwijking of ‘stoornis’, en dus krijgt het
geen stempel. Waarom worden mensen die zich met een torenhoge
hypotheek in de schulden steken niet voor gek verklaard?
Het
aantal zorgleerlingen in onze bovenbouw is nu nog op de vingers van
één hand te tellen, maar per 1 augustus 2014 zal dat veranderen.
Vanaf dan zullen reguliere scholen binnen een samenwerkingsverband
met andere scholen ‘bijzondere’ leerlingen een passende
onderwijsplek moeten geven. Het zogenaamde ‘rugzakje’, een
leerlinggebonden som geld, komt te vervallen. De samenwerkende koepel
krijgt een budget dat ze naar eigen inzicht verstandig moeten
besteden.
Hipste
rugzak op school anno 2013 is van het Engelse merk Eastpak.
Soms hebben leerlingen de bovenste twee dwarsstreepjes van de E
donkergekleurd, zodat er ‘Lastpak’ staat: dat is vast dat
rugzakje van die zorgleerlingen, vermoed ik.
Vanaf
volgend jaar wordt veel van ons docenten verwacht: wij spelen binnen
deze verandering een centrale rol, omdat wij de kinderen dagelijks
begeleiden.
Daarop
moeten we worden voorbereid, want inderdaad, ik heb het nog niet
helemaal onder de knie. Toen ik na het gesprek afscheid nam van de
leerling zei ik met ironische ondertoon: ‘Ik moet nu echt weg,
ik heb een vergadering en dat vind ik toch zo ontzéttend leuk,
vergaderen!’. ‘Oh ja?’, was zijn antwoord in alle ernst, ‘u
vindt vergaderen leuk?’
Mijn
school neemt de toekomstige ontwikkelingen van het Passend Onderwijs
heel serieus. Daarom werden alle docenten al in de eerste schoolweek
bijeengeroepen voor een presentatie over zorgleerlingen in het
algemeen, maar die op onze school in het bijzonder. Ik keek om me
heen: ik wist zeker dat als mijn collega’s in de huidige tijd groot
waren geworden, er een aantal van een stempel zou zijn voorzien. Niet
iedereen kon de aandacht er bij houden.
We
kregen karakterschetsen van de leerlingen die veel overeenkomsten
vertoonden, maar ook individuele verschillen. Ons werden eenvoudige
handreikingen gegeven hoe we zouden kunnen reageren in bepaalde
situaties. Docenten moeten bijvoorbeeld altijd duidelijk en eenduidig
zijn in instructies, moeten emotioneel neutraal in hun benadering
zijn en moeten heldere afspraken maken. Dat was gelukkig een
duidelijke instructie.
Maar
wat vooral bleek, is dat de ene zorgleerling de andere niet is en dat
we vooral hun kwaliteiten aan moeten spreken.
De
bijzondere leerling liet me zijn hobby’s raden aan de hand van twee
data uit de vaderlandse geschiedenis: “10 juli 1584 en 20 september
1839”. De moord op Willem van Oranje herkende ik gelijk, de aanleg
van de eerste Nederlandse spoorlijn iets later. Zijn hobby’s?
Binnenlandse politiek en treinen. Geweldig.
(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 05-09-2013)
zaterdag 26 oktober 2013
Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Pruikentijd tot Justin Bieber-kapsel
donderdag 24 oktober 2013
Alle Gekken Binne Wolkom
Klik hier voor de opname van het nummer Alle Gekken Binne Wolkom.
Alle Gekken Binne Wolkom - tekst
Sjong dyn fredesliet
bliuw
by dyn wurd
dat'st
altiid preeke hast.
Doch
it net,
lit
it nea gean
Die
moaie tiid
diet'st
sa helder yn de holle hast
Dream, fan it hea,
droech
op 'e wein
en in
pilske nei de tiid.
En de
sinne is in bol fan
goud,
alle gekken binne
wolkom hjir.
De dei begjint
it feest giet oan.
Mar wat wit hoe't it rint?
Moast net útgean fan moarn.
De famkes wachtsje,
hja wachtsje op dy!
Smiet, nochris in stien
yn de
poel
sirkels
driuwe fan dy ôf.
Sa
kin it gean.
Wat
hast by’t ein?
It
set útein,
it
wurdt mar grutter
en
mar grutter
De dei begjint
it feest giet oan.
Mar wat wit hoe't it rint?
Moast net útgean fan moarn.
De famkes wachtsje,
hja wachtsje op dy!
Nim
dyn famke mei nei it feest
En
dûnsje hiel de nacht.
Oant
de dei de sinne bringt,
En it
ljocht.
Alle
gekken binne wolkom hjir.
dinsdag 15 oktober 2013
Ik moet u even corrigeren
‘Ik
heb dit nog nooit beleefd, moet ik u zeggen, maar ik vind het
alleraardigst!’, zei de docent aan de andere kant van de lijn, ‘ik
heb de literatuur er maar even bij gepakt.’ Ik had mijn commentaar
op zijn eerste correctie nauwgezet uitgewerkt en hem gemaild. We
waren vrij snel klaar. Hij was verrast, maar verheugd dat we tot een
serieuze, inhoudelijke discussie kwamen. Zijn reactie kwam overeen
met die van een andere docent, een jaar geleden, die me toevertrouwde
dat hij het in 22 jaar nog nooit had meegemaakt dat er kritiek kwam
op zijn correctiewerk.
De
respons van beide heren representeert de deplorabele staat waarin de
tweede correctie verkeert. Ingesteld om een nauwkeurige beoordeling
van het examenwerk te verzekeren, is de tweede correctie verworden
tot een tijdrovende, maar slecht betaalde rotklus waar veel docenten
zich liever met een jantje-van-leiden van afmaken.
De
eerste docent kijkt het werk opportunistisch na en haalt wat er te
halen valt. Het is aan de tweede corrector dat opportunisme te
temperen en de te ruime score te corrigeren, maar dat gebeurt zelden.
Het CITO kwam vorige week in een onderzoek na een onafhankelijke
‘derde correctie’ bij sommige vakken gemiddeld meer dan een punt
onder het vastgestelde cijfer. De praktijken van de islamitische
onderwijsunderground zijn frauduleus, maar deze gang van zaken is dat
net zo goed.
Dat
veel docenten zich weinig moeite getroosten de tweede correctie
serieus en met de volle aandacht te doen, verbaast mij geenszins.
Kijk, als je docenten afscheept met een vakkenvulloon van maximaal 40
euro per nagekeken klas, ongeacht de bewerkelijkheid van een vak, dan
werk je nalatigheid in de hand. Ik verdiende zelfs een beter uurloon
toen ik als tiener in de zomerperiode aan de lopende band bollen
pelde in Noord-Holland en het mag als algemeen bekend verondersteld
worden dat bollen pellen minder fraai werk is dan examens corrigeren.
En
dan dit: docenten worden betaald per schoolsoort. Iemand met een
vmbo-, een havo- en een vwo-klas verdient dus driemaal meer dan
iemand met drie vwo-klassen, terwijl het aantal gewerkte uren
nagenoeg overeenkomt. Bovendien, de taalexamens zitten vaak vol met
meerkeuzevragen waarvan het aantal geantwoorde letters nog niet eens
één antwoord van het geschiedenisexamen kunnen vormen. De open
vragen van de zaakvakken resulteren in een nakijkklus die meerdere
dagen in beslag neemt. Toch is de vergoeding gelijk. Nee echt, de
huidige staat van de tweede correctie is een lachertje.
Het
resultaat is dus dat docenten het toegestuurde werk helemaal niet of
steekproefsgewijs doornemen – ze zijn al blij dat de eerste
correctie erop zit en voor 40 euro lopen docenten zich nou niet echt
het vuur uit de sloffen. Kritisch zijn betekent gedoe. En een docent
wil niet nog meer gedoe aan het eind van het schooljaar. Daarom is
het een zeldzaam beeld aan het worden, de driftige, maar keurige
docent die een hele avond aan de telefoon hangt, omdat hij alle
antwoorden letterlijk voorleest en van commentaar voorziet. Mocht de
tweede correctie ooit nog eens serieus genomen worden, dan hoop ik
dat men gaat e-mailen. Telefoneren is zó 1999.
Als
staatssecretaris Dekker de huidige behandeling van de tweede
correctie inderdaad ‘onaanvaardbaar’ vindt, dan moet hij niet de
oplossing in de correctieprocedure zoeken, maar er serieus voor gaan
betalen. Zijn idee, de eerste correctie door een ‘vreemde’ docent
laten doen en de tweede door de eigen docent, is goed. Een ander
idee, de examens dubbelblind corrigeren door een gescande versie naar
de tweede corrector te sturen, is niet verstandig, want een kwetsbare
procedure.
In
elk geval is de betaling per schoolsoort, het gelijkschakelen van
bewerkelijke en minder bewerkelijke vakken en de schamele vergoeding
niet een houdbare situatie.
(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 27-06-2013)
zondag 22 september 2013
Kluissleutel tot succes
Er is nog geen knoop
doorgehakt door de inspectie als ik deze column wegstuur. In Rotterdam zijn
vandaag drie examendieven opgepakt. Het klinkt als een film – drie dieven, een
kluis, een verdwenen sleutel, een lek – maar het is het grootste geval van
examenfraude in onze geschiedenis. Het drietal heeft maar liefst vijftien
examens uit de schoolkluis gestolen. De vraag is hoeveel leerlingen welke
eindexamens hebben ingezien voor het officiële examenmoment.
Ik moet eerlijk zeggen, al
zag ik een examen Frans een maand tevoren in, dan nog had ik te weinig tijd.
Als ik in een supermarché een brood wil kopen, kom ik met vijf flessen
wijn, een feesthoed en een bandenplakset terug bij de tent. Toch blijken de
resultaten van Ibn Ghaldoun, de Rotterdamse school waar het om gaat,
bovengemiddeld hoog. Dat moet je ze meegeven: als ze hun kans schoon zien,
kunnen ze best leren.
Leerlingen in heel Nederland
moesten eind mei door het gelekte examen Frans hun reisjes naar zonovergoten
drinkoorden omboeken of zelfs annuleren. Ik verwacht het niet, maar als de
inspectie de vijftien examens landelijk ongeldig verklaart, dan is dat een
nationale ramp. Dan komt koning Willem-Alexander 's avonds in beeld om zijn
medeleven te betuigen.
Ook het havo-examen
geschiedenis is gestolen, maar ik had nou niet de indruk dat mijn leerlingen
een kopie in de inbox hebben ontvangen. Ook werd een examen Arabisch
meegenomen. Negentien kinderen in heel Nederland maakten dat examen. Er kwamen
zeventien klachten binnen bij het LAKS. Heb je het examen van te voren gezien,
ga je ook nog zeuren dat het te moeilijk was.
De islamitische
scholengemeenschap Ibn Ghaldoun kent een roemrucht verleden. In 2008 kreeg de
scholengemeenschap een laatste waarschuwing: de kwaliteit zou en moest omhoog,
anders zouden ernstige consequenties volgen. De inspectie had de school het
stempel ‘zeer zwak’ gegeven; er stonden onbevoegde docenten en imams op de
loonlijst en er bleek sprake van een huurachterstand. De school leek zich niet
te willen verbeteren. Nog eerder, in 2005 en 2006, werd maar liefst 200.000
euro subsidiegeld besteed aan schoolreisjes naar Mekka. En dan tóch nog het
examen Arabisch stelen.
Uiteindelijk was de maat voor
de Rotterdamse wethouder vol. Hij trok de subsidie terug en en raadde ouders
per brief aan hun kinderen bij een andere school onder te brengen. Daarmee leek
het einde van de school nog slechts een kwestie van tijd.
Maar in 2009 keerde
plotseling het tij. Blijkbaar hadden de waarschuwingen effect. In 2010 kregen alle
afdelingen van de school een voldoende van de inspectie. In 2012 werd de
vwo-afdeling van de onderwijsinstelling door Elsevier zelfs ‘een opmerkelijke
nieuwkomer in de lijst van winnaars’ genoemd.
De sleutel tot succes? Heel
eenvoudig: de sleutel van de kluis. Die bleek in 2010 zomaar kwijtgeraakt te
zijn. Kort daarop had Ibn Ghaldoun een excellente vwo-afdeling. Eén plus één is
twee.
Vervang dan het slot, zou je
zeggen. Of de deur. Of de kluis.
Maar wat mij vooral ergert is
dat opnieuw blijkt dat het stempel 'excellent' een zeer relatieve kwalificatie
is. Hoe kan een school met structurele wantoestanden opeens met een excellente
afdeling het nieuws halen? Als de inspectie nou eens écht ging kijken hoe het
op scholen gaat, zonder zich te verliezen in cijfermatige muggenzifterij, dan
kregen we vast andere lijstjes.
Eén ding weet ik zeker: op
mijn school excelleren we in veiligheid, onderling vertrouwen en wederzijds
respect. Onze examenresultaten zijn puik en onze kluis zit potdicht. Ik hoop
dat, op de dag wanneer deze column gedrukt staat, mijn leerlingen gewoon weten
of ze geslaagd of gezakt zijn.
(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 13-06-13)
Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Vuistbijl Tot IPhone
zondag 15 september 2013
Gestrande bultrug
Op
9 april strandden de cao-besprekingen tussen de VO-raad en de onderwijsbonden. Er
werd nauwelijks bij stil gestaan in het nieuws. In Nederland is meer aandacht
voor een gestrande bultrug dan voor het gestrande cao-overleg, dat juist zo
cruciaal is.
Ik
keek het weerbericht van die dag in april nog eens terug en hoorde Gerrit
Hiemstra zeggen: ‘Voor het eerst sinds lange tijd is het weer gaan regenen…’ – sindsdien
is het snertweer en ik geloof stellig dat het door de vastgelopen gesprekken komt.
Zelfs God is boos.
Het
steekt de bonden dat de VO-raad onder de optimistische noemer ‘modernisering
van de arbeidsvoorwaarden’ wil bezuinigen op personeelslasten en dus de
rekening doorspeelt naar de docenten. De bonden weigeren daar uiteraard in mee
te gaan. De VO-raad wil bovendien nauwelijks iets vastleggen in een centrale
CAO, maar het onderhandelproces decentraliseren, dus doorschuiven naar de
scholen, zodat docenten overgeleverd zijn aan hun besturen en directies.
Evenmin wil de VO-raad met de bonden optrekken richting Den Haag om eens
serieus over geld te praten.
De
minister heeft grote ambities, maar weigert die financieel te ruggensteunen.
Dit schooljaar startte onderwijsland met 8500 banen minder en die trend zet
door. De klus moet met steeds minder mensen geklaard worden. Het is momenteel alsof
de schurk het slachtoffer tegen de muur drukt, de keel dichtknijpt en dan zegt:
‘Ik heb mooie plannen met jou. Heel erg mooie plannen!’
De
VO-raad moet harder op de Haagse deur kloppen. In Den Haag woont ook Ton Elias,
de bultrug van de VVD, die onlangs nog pleitte voor rechts inhalen op de
snelweg, waarschijnlijk omdat hij zelf het stuur niet meer naar links kan
draaien, omdat zijn riante salaris in de weg zit. In 2011 werd zijn motie om de
BAPO-regeling af te bouwen aangenomen in de Tweede Kamer: dat is nu de
‘modernisering’ waar de VO-raad mee op de proppen komt.
BAPO.
De afkorting staat voor Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen. De regeling
houdt in dat docenten vanaf hun 52e een derde van hun salaris kunnen
inleveren voor 170 en later 340 vrije uren per jaar bij een volledige baan. Het
oorspronkelijke doel, de naam zegt het al: ouderen bij de les houden. De te
hoge werkdruk voor de senioren leidde in het verleden niet zelden tot een enkeltje
ziektewet of vervroegd uittreden. In ruil voor de afspraak kregen de docenten
geen loonsverhoging. En nu wil de VO-raad de regeling uitgummen; in het pluche
van de raad of de Tweede Kamer kun je goed oud worden – voor de klas ligt dat
anders. Gevolg: de ervaren docent zit straks ziek thuis. En die leeggevallen
uren worden heus niet opgevuld door de jonge docent die door het verdwijnen van
de BAPO-regeling nou juist het veld moest ruimen.
Ook
wil de raad een streep door het entreerecht halen, de in de CAO overeengekomen
deal dat eerstegraders die meer dan 50% in de bovenbouw doceren vanaf augustus
2014 automatisch bevorderd worden naar de LD-schaal. Het oorspronkelijke doel
was hoogopgeleide docenten te lokken om inderdaad ambities als die van de minister
te kunnen verwezenlijken en om zulke docenten te behouden.
Zelf
heb ik me jaren verheugd op het entreerecht; ik was blij dat ik me als
academicus en bovenbouwdocent me geen moeite hoefde te getroosten een portfolio
vol papieren prestaties bij te houden om carrière te maken. Als
de regel geschrapt wordt, dan demotiveer je een grote groep jonge,
hoogopgeleide docenten die het onderwijs zullen verlaten of nooit meer zullen
overwegen er überhaupt in te stappen.
Moet
ik ook op zoek naar een baan buiten het onderwijs? Het lijkt me namelijk
onmogelijk met de toenemende werkdruk en het geplande schrappen van
tegemoetkomingen heelhuids mijn pensioen te halen.
(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 30-05-13)
Updates:
Labels:
AOB,
BAPO,
Bussemaker,
CAO,
Dekker,
onderwijsakkoord,
VO-raad
vrijdag 28 juni 2013
Vind ik leuk
Er
zijn docenten die zeggen dat ze niet betaald worden om leerlingen leuk te
vinden of zelf leuk gevonden te worden. Ze worden betaald om te doceren, dus
dat is wat ze doen. Als iemand dat zegt, dan is dat eigenlijk een beetje zielig.
Wie wil nou niet ‘geliked’ worden? Kom op zeg.
Ik
geloof dat een goede docent veel meer is dan alleen een verkoper van vakkennis,
iemand die het oplossen van functies of het ontleden van een ingewikkelde zin goed
kan uitleggen. Een serieuze docent werkt ook aan een goede band met de leerlingen
en is tegelijk een lichtend voorbeeld, een kampioen, zegt de Amerikaanse
onderwijsvrouw Rita Pierson. Kinderen leren niets of willen niets leren van
iemand die ze niet mogen. Zo simpel is het.
Werken
aan een goede relatie met de leerlingen, dat is wel het laatste wat de
Amerikaanse docente in een inmiddels veelbekeken YouTube-video lijkt te doen.
In
de stiekem gefilmde video vertelt een verbolgen leerling de docente – die
weggedoken zit achter een paperassenmuur op haar bureau – openhartig waar het
op staat: als je wilt dat leerlingen veranderen en beter hun best gaan doen,
zegt hij, dan moet je hun hart raken. Je kan niet verwachten dat leerlingen
veranderen, alleen door te zeggen dát ze moeten veranderen. De leerling voelt
zich flink in het pak genaaid. Onderwijs is geen bezigheidstherapie. En omdat
iedereen dit begrijpt, is het filmpje een hit.
Docenten
die zonder ommezien leerlingen aan het werk zetten, zonder eens door het lokaal
te wandelen, een goed verhaal te vertellen, een inspirerend betoog op te
steken, een schuine mop te vertellen, zonder eens te vragen hoe het nou
eigenlijk met de leerlingen gaat, wat ze van de lesstof vinden, in discussie te
gaan, zonder, kortom, bevlogenheid en betrokkenheid te tonen, kunnen maar beter
vertrekken.
Betrokkenheid
kan ook te ver gaan. In Brabant meende een 40-jarige docent dat het creëren van
een sterke band met zijn leerlingen inhield dat hij bevlogen moest gaan
tongzoenen met zijn 13-jarige leerling. Tja, hij is twee weken geleden
veroordeeld tot werkstraf, celstraf en een geldboete, maar hij had wat mij
betreft ook gevonnist kunnen worden tot een leven lang alle Brabantse
schoolpleinen schoonlikken.
Van
groot belang is een min of meer gelijkwaardige relatie waarin de docent niet
alleen begrepen wil worden, maar vooral ook zelf wil begrijpen. Als een
leerling de ene na de andere onvoldoende scoort dan kan het heel goed zijn dat
de docent de leerling niet heeft begrepen, in plaats van andersom. Als een
leerling telkens zijn boeken vergeet, dan is dat echt niet omdat hij de
schoolregels niet heeft begrepen – waarschijnlijk voelt hij zich als persoon
niet begrepen en vraag hij op deze manier aandacht voor zijn probleem.
Probeer
je leerlingen te begrijpen, dan klikken ze op ‘like’ en des te meer ‘likes’ des
te meer deuren zich openen. Pubers willen een luisterend oor. Leerlingen vinden
het leuk als je je laat zien op de schooldisco. Je bent leuk als je op de
hoogte bent van hun leven. Je bent leuk als je sorry durft te zeggen. Echt. Het
is geen misdaad leuk gevonden te willen worden. Daar moet je als docent gewoon
werk van maken. Het doel: de leerlingen motiveren.
Toen
ik enkele weken geleden op de laatste schooldag door de examenkandidaten
uitgeroepen werd tot leukste leraar en mij een fraaie koffiemok cadeau werd
gedaan, was dat een groot compliment, maar vooral een aanwijzing dat ik
vakinhoudelijk ook grotere stappen kan nemen. Tegen mijn collega’s zei ik dat ik
me ook geen zorgen had gemaakt over de verkiezing – de lat lag dit jaar ook wel
erg laag. Ze lachten. Vonden ze leuk.
(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 16-05-2013)
zondag 16 juni 2013
De Derde Fase - Je Bent Geslaagd
Samen met Durk van der Meer maakte ik deze rap voor alle geslaagde leerlingen in het land, maar voor die van mij in het bijzonder.
vrijdag 14 juni 2013
Uitwisseling
Of het volgend jaar misschien toch iets anders georganiseerd
kon worden, vroeg de moeder op de slotavond. Haar zoon en de Italiaanse gast
waren elke avond de hort op gegaan en moesten ook elke avond na twaalven weer met
de auto opgehaald worden. Of dat niet anders had gekund, vroeg de moeder bij
het buffet.
De uitwisselingsweek had heel goed een coördinator kunnen
gebruiken, maar helaas, niemand was daartoe aangesteld. Uiteraard was dus ook
niemand eindverantwoordelijk voor wat er die week allemaal gebeurde. Maar dat
onze leerlingen elke avond van de week hun buitenlandse gasten meesleurden naar
de lokale uitbaters, daar hadden wij docenten al helemaal niets mee te maken.
Dat viel buiten het programma – dat was de verantwoordelijkheid van de ouders
zelf.
Dat de school op zulks aangekeken wordt, is vooral
symptomatisch. Vroeger werden ouders boos op hun kind als de rapportcijfers
tegenvielen – tegenwoordig richt hun woede zich op de school. De gestelde vraag
is dezelfde: ‘Hoe is dit mogelijk?’, daarbij wijzend op de cijferlijst.
Is het iets van deze tijd dat leerlingen in een gewone
schoolweek toegestaan wordt avond na avond aan het bier te hangen en dat ze
daarna ook nog eens netjes opgehaald worden door het ouderlijke taxibedrijf?
Verandert de wereld of verandert mijn kijk op de wereld? Die vraag stel ik
mijzelf wel vaker.
Toen ik het voorlegde aan mijn broer en een collega,
fronsten ze. Mijn broer zei: ‘Elke avond zuipen? En wat deed jij vroeger dan
zelf?’ De collega wuifde mijn ergernis weg en zei: ‘Elke avond zuipen? Dat doe
je toch zelf ook?’
Aan hen had ik dus niets.
Het gevolg van de vrolijke avondactiviteiten was een
groep van zestig leerlingen die, naarmate de week vorderde, bleker om het
gezicht werd en wier wil om overdag de handen uit de mouwen te steken gaandeweg
slonk als bladgroente in kokend water. Iemand meldde zich op de laatste dag
zelfs ziek – teveel gezopen de avond ervoor.
Op de laatste dag lieten we de leerlingen voor de
slotavond de presentatie van een ‘National Item’ voorbereiden. Ik was benieuwd
waar de leerlingen mee op de proppen zouden komen, maar had geen hoge
verwachtingen.
Toen ik hen opzocht, vond ik de groep onderuitgezakt in
een lokaal. Sommige hadden de jas aan en mompelden wat voor zich uit, andere
hadden bijkans de ogen dicht en weer andere stuurden WhatsAppjes naar de
buitenlandse leerlingen in de andere lokalen. In zekere zin was de uitwisseling
dus geslaagd, maar de vleesgeworden apathie wekte niet de indruk dat die avond
een spetterende show neergezet zou gaan worden.
Ik informeerde naar de vorderingen. Ze waren al klaar.
Het idee: vijf Nederlandstalige kroegklassiekers afspelen en daarop hossen.
Gewoon, ongegeneerd met z’n allen dansen op het podium. Geen stijldansen, geen
choreografie, nee, niets daarvan, gewoon, springen zonder afspraken, zoals in
de kroeg en dan meezingen.
Ik probeerde er nog een intellectuele draai aan te geven,
maar besloot ten langen leste dat als zij zichzelf die avond ‘on stage’ te kijk
wilden zetten, dat ze dat dan maar lekker moesten doen. De lethargie had inmiddels
dus ook mij in haar greep.
Met toegeknepen billen zag ik ’s avonds de groep het
podium op gaan, ten overstaan van de ouders die zo graag gezelschapsspelen
hadden gespeeld. Guus Meeuwis klonk. André Hazes klonk. Een stevige beat. Iets
met een vlieger. En maar hossen. Alsof het de vertrouwde kroeg om de hoek was.
Ondertussen dwaalde ik af, en opeens, terwijl een
polonaise aan me voorbijtrok, ontspande ik. Ik keek de aula rond en besefte:
het is goed. Zo zagen de ouders toch mooi wat de kinderen zoal hadden gedaan
deze projectweek. Ze hadden het leven gevierd, niets meer, niets minder. Die
gedachte stelde me enigszins gerust.
donderdag 30 mei 2013
iPadscholen
Als het aan sommige mensen in het onderwijs ligt staan we
aan de vooravond van wat gerust een revolutie genoemd kan worden. Komend
schooljaar starten tien zogenaamde Steve Jobsscholen, door diezelfde mensen ook
wel iPadscholen genoemd. Een school voor hippe kiddo’s, moet je rekenen, die
Ravi of Toy heten en die naar school gebracht worden in de bakfiets.
Steve Jobs was een kille, geniale,
narcistische psychopaat, een perfectionist die meedogenloos regeerde. Iemand
die woest kon worden. Gezellig om daar je school naar te vernoemen. En de
docenten moeten natuurlijk verplicht een zwarte coltrui en gympen aan.
Stichting
O4NT, Onderwijs Voor een Nieuwe Tijd, denkt dat de iPad de sleutel tot succes
kan zijn. Maurice de Hond is initiatiefnemer. De stichting vindt schooltijden,
schoolvakanties, het schoolgebouw en de schoolboeken te beklemmend. Leerlingen
worden individueel bediend, vakanties staan niet vast, het gebouw is lang open
en centraal staan zogenaamde ‘21st Century Skills’.
O4NT
anticipeert en doet een poging de ongewisse toekomst te begrijpen, maar, zoals
de Deense filosoof Kierkegaard al zei, het leven wordt voorwaarts geleefd, maar
achterwaarts begrepen. We hebben geen glazen bol, maar zijn vanzelfsprekend
verplicht afgewogen voorspellingen te doen, want het is de wereld van onze
kinderen.
In Sneek bewandelt basisschool
De Driemaster vanaf volgend jaar ook het iPad. Ik lees ergens op internet een
reactie van een moeder: “was nog eerder in het nieuws dan dat
de MR en de ouders het wisten te BELACHELIJK voor woorden nee voor de
comunnicatie krijgt het bestuur een 10 van mij!”
Kijk,
als het bestuur van een school niet kan communiceren en de ouders het woord
communicatie niet kunnen spellen, misschien moeten we het voor de komende
generatie dan inderdaad over een andere boeg gooien.
Communicatie is
een 21st century skill, lees ik op de site van O4NT, net als creativiteit,
innovatief en kritisch denken, problemen oplossen, leiderschap, productiviteit
en samenwerken. Dat zijn de vaardigheden die de werknemer van deze eeuw onder
de knie schijnt te moeten hebben. Volgens mij waren die vaardigheden altijd al
handig. Maar wie weet nou echt wat leerlingen moeten kunnen en kennen?
Misschien moeten ze wel heel goed een automatisch geweer kunnen hanteren. Of
bessen kunnen verzamelen. Of een ruimteschip besturen.
Ook
mijn school staat voor een belangrijk keuzemoment. Begin volgend jaar betrekken
we een nieuw schoolgebouw en vanzelfsprekend moet dan de multimediale
inrichting besproken worden. Moeten alle docenten een tablet? Moeten de
leerlingen misschien een Chromebook? Moeten we van de schoolboeken af? Moet ik
mijn lessen op YouTube zetten? Moeten docenten coaches worden? Genoeg vragen,
maar we zijn het nog niet helemaal eens.
In
Sneek vinden sommige ouders dat hun kinderen slachtoffer van een onzeker
experiment worden. En dat is het in zekere zin ook. Wat de precieze uitwerking
zal zijn kan niemand zeggen. Hoe staat het straks met de spellingsvaardigheden
van leerlingen? Kunnen ze straks nog elementaire rekensommetjes maken? Hebben
we te maken met een ‘auto-correct-generatie’? En is dat erg?
Ik krijg de indruk
dat de besturen van de Steve Jobsscholen zich in de spotlight willen spelen
door het onderwijs in te richten naar de beschikbare technologie. Het traject
moet andersom bewandeld worden: eerst moet een duidelijke onderwijsvisie
geformuleerd worden en dan moet gekeken worden welke rol technologie daarin kan
spelen. Er wordt momenteel gewerkt aan de ‘edu-iPad’ – het gaat misschien de
goede kant op.
We kunnen niet in de toekomst zien, maar we moeten wel pogingen ondernemen het schoolsysteem op de dag van morgen voor te bereiden. Onderwijs kan niet meer om de digitale revolutie heen, maar zorgvuldigheid is geboden. Radicale revoluties leidden in het verleden niet zelden tot bloedvergieten. Dat werd achterwaarts begrepen.
(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 18-04-2013)
dinsdag 21 mei 2013
Verder Kijken (Vind ik leuk - 16 mei 2013)
In mijn column 'Vind ik leuk' van afgelopen 16 mei (hier nog te publiceren) noem ik een YouTube-video die 'viral' ging. Het gaat om dit filmpje:
Ook noem ik Rita Pierson, die voor TED Talks Education (7 mei 2013) het volgende zei:
Een niet te missen spreker aldaar was Sir Ken Robinson:
Voor alle overige 'talks' klik hier
zondag 19 mei 2013
Flippen
Ik kon het eerst maar
moeilijk uit mijn strot krijgen, dat viezige modewoord, maar als je het maar
vaak genoeg door je strot geduwd krijgt, verdomd, dan gaat het er ook steeds
makkelijker uit.
Differentiëren,
oftewel: je leerlingen stuk voor stuk op maat bedienen. De reactie van de docentenprimaat:
onmogelijk! Hoe kan je ooit in die twee of drie keer vijftig minuten per week
voor al die dertig leerlingen de juiste didactische, pedagogische,
stofinhoudelijke cocktail bereiden?
Een docent kan moeilijk
dertig verschillende frontale instructies geven. Dus eenheidsworst. De
leerlingen die het al lang snappen, dommelen weg; de leerlingen die maar
moeilijk meekomen, krijgen nauwelijks de kans te stof te laten bezinken of
uitleg te vragen. Je probeert iedereen mee te krijgen, je ploetert, je zweet,
maar je doceert vooral de gemiddelde leerling.
Maar we hoeven niet te
wanhopen, want behold, er is weer
eens iets superhips overgewaaid uit de Verenigde Staten – het heet ‘Flipping
the Classroom’ en misschien werkt het nog ook.
Toen de oprichter van
de Khan Academy, de Amerikaan Salman Khan, in 2000 besloot zijn nichtjes te
helpen met wiskunde en zijn eerste instructievideo’s op YouTube plaatste, had
hij niet voorzien dat hij daarmee de basis legde voor een wereldwijde trend.
De ideeën van Khan
vormen mede de basis van wat dus ‘Flipping the Classroom’ gedoopt is:
kennisoverdracht vindt plaats in een video die de leerlingen overal en in hun
eigen tempo kunnen kijken. In de les is er dan ruimte voor discussie, interactie,
opdrachten en, juist, daar komt-ie, maatwerk. Flippen? Ja, lekker flippen: de
instructie vindt thuis plaats, het ‘huiswerk’ in de klas. Omgedraaid dus.
Het lijkt mij een goed
idee om de leerlingen de filmpjes te laten maken. Ik noem het dan ‘Flipping
flipping the classroom’. U kunt me boeken.
Veel universiteiten
zetten ook steeds meer colleges online, zodat studenten thuis met bier en pizza
de professor nog eens rustig kunnen horen uitleggen. Of ze kunnen zelfs
thuisblijven.
In Nederland is een
aantal geschiedenisdocenten ook gaan flippen en ik profiteer daarvan. Het
YouTube-kanaal van de Eindhovense docent Joost van Oort is inmiddels meer dan
een miljoen keer geraadpleegd, onder meer door mijn leerlingen. Een andere
pleitbezorger van het flippen is een zekere Jelmer Evers die er flink mee loopt
te schnabbelflippen.
Ik krijg de kriebels
van de stem van beide heren (zachte g en aardappel-r), maar toegegeven, ze flippen er flink op los.
Ze leveren een knap staaltje.
Er zijn bezwaren. De interactie
tijdens de kennisoverdracht (de vingers in de lucht) is er niet bij en ja, het
kost tijd en enige softwarekennis om de filmpjes te maken, en heus, er zijn nog
steeds leerlingen die thuis geen internettoegang hebben of zeggen te hebben.
En bovendien, docenten
hebben anno 2013 niet veel tijd voor hun lesvoorbereiding – het vraagt een
flinke inspanning, zo’n soepele presentatie in elkaar zetten, de voice-over
opnemen, de video online zetten en daarnaast allerlei activerende didactiek en
maatwerk in de les aanbieden. Aan de andere kant: als een aantal docenten er
werk van maakt, hoeft de rest het wiel niet opnieuw uit te vinden. Ik zie het
professioneel worden, want de trend is gezet. Nogmaals, ik heb van de
online-video’s geprofiteerd en ben ze flipping dankbaar.
Dit is wat de 21ste
eeuw voor ons in petto heeft. We gaan meer en meer online. De docent voor de
klas vertelt minder, maar wordt meer huiswerkbegeleider. Er is meer tijd voor
differentiëren, dat is waar en dat is prima, want differentiëren in een nobel
doel.
En het grootste
voordeel? Als je eenmaal al je instructies hebt opgenomen, kan je die voor de
klas afspelen en zelf een lekkere bak koffie in de personeelskamer halen. Twee
zoetjes erin en lekker flippen.
(gepubliceerd in Leeuwarder Courant 04-04-2013)
donderdag 2 mei 2013
Jet en de Finnen
Onze toekomst hangt af van de leraren in Nederland. Daarom wil ze hogere eisen stellen aan de instroom bij opleidingen, minder rompslomp en betere arbeidsvoorwaarden. En oh ja, leraren moeten van elkaar leren.
Zegt Jet.
Jet is geïnspireerd geraakt. Vorige week vond in Amsterdam de ‘Onderwijstop G20’ plaats. Gastland Nederland staat op de zevende plaats in de wereldranglijst, maar tevreden zijn we niet. De minister wordt daarover geïnterviewd. Ik kijk en zie ambities.
We moeten naar Finland kijken, zegt ze. We weten het intussen: Finland is onderwijssprookjesland. Daar worden leraren ‘De Kaars van De Natie’ genoemd. In Nederland zijn docenten eerder de Aars van De Natie. In Finland worden leraren aanbeden, begeerd zelfs – iedereen wil er met een onderwijzer trouwen. Leraren moeten weer sexy worden, zie ik haar denken. Dat begint met de minister, denk ik op mijn beurt.
In Finland staan alleen academici voor de klas. In Finland hebben ze drie maanden zomervakantie. In Finland is het onderwijs gratis, net als het schooltransport en de lunch. Leerlingen maken er 780 (in plaats van 1040) uren per jaar. Maar ook: in Finland is minder dan 1 procent van de inwoners van niet-westerse afkomst. In Finland heeft men nog ontzag voor gezagdragers. Finnen maken een langetermijnplanning en ze wedden niet op honderd paarden tegelijk. In Finland, in Finland, in Finland!
Ik ben altijd fan geweest van Jari Litmanen, de Finse voetballer van Ajax. Ontzettend sympathieke nummer 10. In Amsterdam noemden ouders hun kind Jari Litmanen, als in: Jari Litmanen de Vries. Litmanen opende de ogen: eigenlijk bleek alles in Finland sympathiek en solide geregeld. Nokia maakte onverwoestbare mobieltjes. Ze spraken er een Finoegrische geheimtaal. Ze kwamen samen in sauna’s.
En hun onderwijs staat dus al jaren op de eerste plaats.
In het item dat EenVandaag aan de G20 wijdt, komen drie docenten aan het woord. Hun verhaal klinkt als een mop die de verschillen fraai blootlegt.
De Fin zegt: ik ben goed opgeleid en gelukkig, ik heb heel veel vrijheid in mijn werk. De Amerikaan zegt: de politieke koers verandert om de haverklap, ik moet teveel vergaderen en cursussen volgen, maar gelukkig, ik heb veel vrijheid in mijn werk. Dan zegt de Nederlander: ik heb mijn lesbevoegdheid nog niet, de politieke koers verandert om de haverklap, ik moet veel vergaderen, veel cursussen volgen en… meer mag ik daar eigenlijk niet over zeggen.
Het verschil? Vrijheid dus.
Onderwijs is altijd overgeleverd geweest aan de grillen van een nieuw kabinet. Nu zit Jet aan het roer en dat is goed nieuws. Althans, minder rompslomp en betere arbeidsvoorwaarden, dat klinkt als muziek in de oren. Heeft ze opgelet en niet teveel met haar mobieltje gespeeld op de onderwijstop, dan zal Bussemaker deze doelen proberen te verwezenlijken door zich te richten op de autonomie van scholen en vooral van de leraar.
Het Finse systeem is gebaseerd op vertrouwen. De Finnen geloven niet zo in ‘meten is weten’ – scholen en docenten worden er niet telkens en opnieuw gecheckt, geëvalueerd, langs de meetlat gelegd, doorgelicht, gescand, uitgehoord. Er zijn geen standaard kwaliteitscontroles en scholen bepalen hun eigen curriculum. Kwaliteit komt voort uit goed opgeleide docenten die als professionals behandeld worden, niet uit voortdurend wantrouwen. Het is die op vertrouwen gebaseerde vrijheid die het Finse succes verklaart.
Dus stop de voortdurende metingen en inderdaad, mevrouw Bussemaker, pak de daaruit gegroeide paperassendictatuur aan, vooral in het basisonderwijs. De kern van goed onderwijs zit in goede lessen, in de relatie tussen de docent en de leerling. En wie weet, misschien hebben we dan ook nog wat tijd over om van elkaar te leren. Liefst in de sauna.
(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 24-04-2013)
Labels:
Bussemaker,
eenvandaag,
Finland,
g20,
Jet,
onderwijstop
zondag 21 april 2013
Verder Kijken (iPad-scholen - 18 april 2013)
Leerlingen komen en gaan bij nieuwe iPad-school
Sneek | Het is onrustig op obs Driemaster Noord in Sneek. Nadat de directie vorige week bekend maakte dat de basisschool volgend jaar een iPadschool gaat worden, hebben al verschillende ouders besloten hun leerlingen van de school te halen. Volgens Betske Salverda van openbare onderwijskoepel Odyssee zijn er inmiddels echter ook tientallen ouders ,,uit de wijde omgeving” die juist overwegen om hun kind volgend jaar wél naar de nieuwe school te sturen.
Bij de zogenoemde Steve Jobsschool staat de iPad centraal; kinderen krijgen les via een tabletcomputer met aanraakscherm. Bestuursvoorzitter Salverda denkt dat dat de methode van de toekomst is. ,,Het grote voordeel is dat we dan iedere leerling onderwijs op zijn of haar eigen niveau kunnen geven. Dat is bij klassikaal lesgeven een stuk moeilijker.”
Verschillende ouders voelden zich overdonderd door de plotselinge aankondiging.
Abonneren op:
Posts (Atom)



