maandag 28 april 2014

Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van de dreun van een knuppel tot de joystick van een drone

Klik hier voor een opname van mijn achtste bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk hier en ontdek wat het geweldige programma nog meer te bieden heeft. 

Je kan mijn les ook meelezen:

Van de dreun van een knuppel tot de joystick van een drone
De geschiedenis van wapens 

Albert Einstein wist niet zeker met welke wapens de Derde Wereldoorlog uitgevochten zou worden, maar wat betreft de daaropvolgende oorlog twijfelde hij niet: met knuppels en knotsen. Moderne massavernietigingswapens kortom, zouden ons in één klap terugwerpen in de steentijd.
            Oorlogvoering is steeds minder een fysiek man-tegen-man-gevecht en steeds meer een technisch hoogstandje geworden. Krijgers kijken elkaar niet meer in de ogen voor de dodelijke treffer. De vraag is, heeft technologische ontwikkeling ons misschien moreel onverschillig gemaakt?
            Op 24 juli 1945, tijdens de Potsdam-conferentie, fluisterde de Amerikaanse president Truman Sovjetleider Stalin quasi achteloos toe dat de Amerikanen beschikten over ‘a weapon of unusual destructive force’. Stalin reageerde koeltjes dat hij hoopte dat de Japanners ermee op de knieën gedwongen konden worden. Toen op 6 augustus dat jaar de atoomboom Little Boy op Hiroshima viel, bleef van sommige mensen niet meer dan een schaduw over.   
Teruggeworpen in de steentijd… Prehistorische wapens waren inderdaad van steen of hout. Eerst verkocht men een dreun met wat voor handen was, een tak of een kei. Later slingerde men de stenen weg, stokken werden speren met een scherpe punt. Door pijl en boog kon op grotere afstand gevochten worden.
            Tin en koper maken brons. Mesopotamiërs en later ook de Grieken en Romeinen hanteerden bronzen wapens. Fameus is de Griekse hopliet. Hoplieten waren rijke burgers, want de bronzen uitrusting moest zelf bekostigd worden. In falanx-opstelling, waarbij de hoplieten in blokformatie als een stekelvarken voortbewogen, met hun vlijmscherpe speren als stekels, waren ze haast onverslaanbaar.
            Als we vooruitsnellen naar de Middeleeuwen vinden we allerlei angstaanjagend wapentuig, zoals de goedendag, de morgenster en de hellebaard. Men slingerde pestlijken en karkassen met de trebuchet over vijandige muren. Engelse longbows schoten van grote afstand door harnassen. Ridders hanteerden zwaard, schild en lans. Meer dan ooit werd oorlog een nobele erezaak. In vol ornaat trokken de ridders naar toernooi en slagveld – de ochtend na een confrontatie lichtte het strijdtoneel op door de flonkering van de meest kleurrijke en kostbare kostuums.
            Alles veranderde met de introductie van vuurwapens. Buskruit was al uitgevonden voor het jaar 1000 in China, maar pas vanaf de 14e eeuw verschijnen vuurwapens in Europa. Eerst zijn het kanonnen en handbussen, later haakbussen, vanaf de 16e eeuw musketten. Vuurwapens zijn nu overal. Ze konden sneller en sneller geladen worden, tot ze zichzelf automatisch laadden. Er zijn momenteel naar schatting zo’n 100 miljoen Kalashnikovs in de wereld. Ze kosten soms maar 10 dollar.
            In de 20ste eeuw was het tijd voor de meest verschrikkelijke oorlogen tot dan toe. In de eerste van de twee wereldoorlogen deden vlammenwerpers, tanks, mitrailleurs, bommenwerpers en gifgas hun intrede. De mens werd in de luren gelegd door de techniek. Officieren gaven orders tot het wegvagen van een ingegraven, onzichtbare vijand. In de Tweede Wereldoorlog werd het materieel verbeterd. Talloze steden werden tot skeletten gebombardeerd. 60 miljoen mensen stierven wereldwijd. Joden werden vergast en verbrand. De mens werd industrieel weggewerkt. Als klap op de vuurpijl was daar de nucleaire ‘mushroom cloud’ boven de twee Japanse steden.
            Steeds meer is techniek tussen vijandelijke legers komen te staan. Steeds minder mens werd nodig om steeds meer mens te doden. Er werden daarom internationale afspraken gemaakt over het gebruik van onconventionele wapens, zoals gifgas en atoombommen, maar desondanks is oorlog een Playstation-spel geworden. Op Creech Air Force Base, vlakbij Las Vegas, besturen piloten met gamecontrollers onbemande drones boven Afghanistan, meer dan 10.000 kilometer verderop. Hoe achteloos drukt de Amerikaan op de rode knop als de rebellengroep in het vizier komt?

De les: De moderne krijger moet waken voor morele onverschilligheid nu techniek ons het zicht op andermans ogen heeft ontnomen.

maandag 31 maart 2014

Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Benenwagen tot Bolide

Klik hier voor een opname van mijn zesde bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk hier en ontdek wat het geweldige programma nog meer te bieden heeft. 

Je kan mijn les ook meelezen:


Van benenwagen tot bolide - de geschiedenis van transport over weg 

Organiseer een loopwedstrijd tussen een bosjesman uit de Kalahari-woestijn en een antilope, je zult zien, de bosjesman wint. Na een 8 uur durende achtervolging maakt het beest zijn naam waar, de antilope raakt uitgeput, valt om en krijgt een speer in de witte dot die z’n kont is.

Het zijn de huidige jagers-verzamelaars uit de Kalahari-woestijn die ons laten zien dat de mens van nature een duurloper is. Te voet gingen we op jacht, te voet verlieten we Afrika en te voet trokken we door de eerste graanvelden. Eigendommen sjouwden we mee. Afstanden werden in ons land tot de invoering van het metrieke stelsel, begin 19e eeuw, nog uitgedrukt in ‘uren gaans’. De wereld op loopafstand was een kleine wereld van dorp en omringende bossen, velden en akkers.

In de moeiteloze loop van de tijd werden de benen ontlast. Op verschillende plekken werd het wiel uitgevonden. Zware objecten werden eerst op stammen gerold, maar die stammen werden assen, waaraan ronde schijven draaiden. Op de Aziatische steppe deed men spaken in de wielen. Plots liepen zaken op rolletjes. In de oude Amerikaanse beschavingen werd het wiel ook uitgevonden, maar, althans voor zover we weten, alleen voor kinderspeelgoed.

Ook dieren ontlastten de mens. Ongeveer 4000 jaar voor onze jaartelling werden in het huidige Kazachstan de eerste paarden bereden. Het verklaart misschien waarom kort daarop in de Balkan zo’n 600 landbouwsteden leegliepen: men vluchtte voor de oprukkende cavalerie.

Het wiel en het paard. Gooi ze in de geschiedenisblender en je hebt een gouden combinatie. De eerste strijdwagens ontstonden in Mesopotamië. Sindsdien hebben paard en wagen de mens altijd gediend, in tijden van vrede, in tijden van oorlog.

De Romeinen legden in hun tijd 400.000 kilometer wegen aan. Alle wegen leidden inderdaad naar Rome. Om de 20 kilometer kon een paard ingewisseld worden bij een posthuis. Reizen deed men verder met karren, koetsen en wagens, of, nog steeds, te voet.

Dat bleef zo in de Middeleeuwen, hoewel met het wegvallen van de Romeinse vrede de wegen verslechterden en reizen een gevaarlijke onderneming werd. De meest populaire koets was vanaf de 15e eeuw de ‘kocsi szekér’ (kotsie sèkier) uit de Hongaarse plaats Kocsi vanwaar ook de keizerlijke postservice vertrok. Van Kocsi werden de woorden ‘koets’ en ‘coach’ afgeleid. 

En dan gaat het in Engeland stomen en piepen. In 1825 werden de eerste 500 mensen per trein vervoerd. De boeren vreesden dat de koeien zure melk gingen geven, want de trein, die van Stockton naar Darlington ging, raasde voort met een duivelse snelheid van … 24 kilometer per uur. De snelste trein anno 2014 rijdt in Japan en kan 24 keer sneller, zo’n 580 kilometer per uur. De Japanse melk moet wel erg zuur zijn.

Eind 19e eeuw is het tijd voor de automobiel. Nadat mevrouw Benz 80 kilometer in de uitvinding van haar man had afgelegd, ging de auto het wegvervoer domineren. Sinds 2010 rijden er meer dan een miljard auto’s rond op de aarde. Dat is een onvoorstelbare rij auto’s die 10 keer de afstand tot de maan overbrugt. 

Auto’s werden statussymbool. Auto’s werden afgod. Mensen werden dikker. En kijk nou, sommige auto’s praten. Sommige parkeren zichzelf. In Silicon Valley rijden zelfs auto’s zonder chauffeur.

Zijn we dan nog wel duurlopers? Ja, we maken een lunchwandeling met collega’s, maar nemen de auto naar het werk. Op zaterdagochtend rennen we in het plantsoen het vet van het lijf, maar een uur later parkeren we onze stinkende bolide voor de supermarkt en laden die vol met prooi uit de supermarktdiepvries.

De les: De rollen zijn omgedraaid. Door de komst van de auto zijn we geen duurlopers meer. Sterker, we worden antilopen, achternagezeten door onze eigen prooi uit de supermarktvakken en de snackbar. Nog even en we vallen uitgeput om.

dinsdag 4 maart 2014

Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Kleitablet tot Tablet

Klik hier voor een opname van mijn zesde bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk hier en ontdek wat het geweldige programma nog meer te bieden heeft. 

Je kan mijn column ook meelezen:


Van kleitablet tot tablet: de geschiedenis van het geschreven woord 

Een van de allereerste Soemerische schrijftekens lijkt op een aspirine. Het is een kleien handelsfiche, voorzien van een ingekerfd plusteken. De aspirine vertegenwoordigde één schaap.

Zulke kleine fiches werden bewaard in een dichtgebakken, ronde envelop van klei, de bulla. Op de buitenkant van de klei-envelop werden, om twijfel voorkomen, symbolen van de inhoud geschreven. Juist. Zie daar: schrijftekens. Dat gedoe met de kleifiches en de envelop bleek stompzinnig. Waarom niet gewoon een cirkel met een plusje schrijven als je schaap bedoelde? De homo sapiens had een ontiegelijk lange tijd zonder schrift gekund, maar aldus werd ongeveer 5000 jaar geleden het schrift geboren. De Soemeriers schreven hun spijkerschrift met rietstengels op kleitabletten.

Wie las dat schrift? Priesters en administrateurs. Handelaren waarschijnlijk. Dat deden ze meestal luidop. Vermoedelijk werd er heel lang alleen maar luidop gelezen. Alexander de Grote las een brief in stilte. Een brief van zijn moeder. Toen een vriend over zijn schouder mee ging lezen, legde Alexander zijn ring op de lippen van de vriend om de vertrouwelijkheid van de brief te benadrukken. Alexander was ook filosoof.

De Egyptenaren en de bewoners van de Indus-vallei namen het schrift van de Soemeriërs over en gaven er een kekke draai aan. Zo werd klei papyrus. Spijkerschrift werd hiërogliefenschrift. Geheel op zichzelf ontstond het schrift ook in China en in Midden-Amerika. Trouwens, omdat het eerste schrift ontstond in samenlevingen waarin de graanproductie centraal stond – gaan veel oude teksten over bier. Vooral over uitbetaling in bier. Het waren mooie tijden, die van het vroege schrift.

De slimme Egyptenaren ontwikkelden binnen hun schrift een systeem van 24 symbolen die enkele lettergrepen weergaven. Dit systeem werd overgenomen en veranderd in de Sinaï en daarna weer getransporteerd naar Fenicië. Verwarrend inderdaad, maar eenvoudigweg kunnen we zeggen dat zowel het Hebreeuws, het Arabisch en het Grieks – dus ook het Cyrillische en het Latijnse alfabet –  afgeleid zijn van dit Fenicische schrift.

Zie daar, het alfabet. Alef en Beth. Os en huis, in het Fenicisch. Toen de Grieken de letters overnamen, verviel die betekenis. De Grieken voegden als eersten klinkers toe en gingen van links naar rechts schrijven. Daarna gingen de Romeinen er mee aan de haal. Hun Latijnse alfabet, eerst nog zonder de J, V en W, vormt de basis van eigenlijk alle westerse talen. Ook Kelten en Germanen gingen hun talen schrijven in het Latijn, in plaats van bijvoorbeeld in Runen.

Het Latijn was ook de taal van de Middeleeuwen. Schrijven was monnikenwerk. Buiten de kerk heerste analfabetisme. Zelfs Karel de Grote – die het schrijven enorm stimuleerde – was zelf ongeletterd. Een handtekening zette hij wel, maar onzeker als een kind dat z’n eerste woordjes schrijft.

Ach, en toen… Toen drukte de Duitser Johannes Gutenberg halverwege de 15e eeuw met losse letters een Bijbel. Europa werd geletterd. Humanisten schreven dat het een lieve lust was. Mensen verdwaalden in verhalen. Men sloot zich op met een boek. Men huilde bij een gedicht. Deed ontboezemingen in dagboeken. Las nieuws in kranten. Quatsch in roddelbaden. En toen: computers. E-readers. Tablets. En internet. Publiceren werd van iedereen – het computerscherm een eindeloos kleitablet.

De les: elke keer als je een aspirine neemt, denk dan even aan de Soemeriers, die ook graag bier dronken en met een soortgelijk tabletje een schaap kochten en zo het schrift uitvonden.  

donderdag 13 februari 2014

Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Geslepen Smaragd tot Google Glass


Klik hier voor een opname van mijn vijfde bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk hier en ontdek wat het geweldige programma nog meer te bieden heeft. 

Uitwisseling (2)

WhatsApp / 31-10-13 20:45:31: U bent aangemeld bij het groepsgesprek.



Heren en dames, de bus vertrekt inderdaad om 10 uur / Hoe zit het nu met dat eten? Is het niet een beetje onlogisch dat wij daar typisch Nederlands voedsel moeten koken? / Hou het simpel / Broodje hagelslag dan maar.

Oh en meneer, is het ook goed dat ik Iris Kroes doe in plaats van Mata Hari?! Ik had haar even gegoogled, maar ik zou echt niet weten wat ik zou kunnen doen.... / Harm Jaap, jij bent Epke / Ja, ik hoorde het. Als Epke nog een beetje doortraint dan is die straks net zo breed als ik / Haha.


Gaat er al iemand pannenkoeken maken? Anders ga ik dat doen / Ik neem gewoon tien onderbroeken mee. That’s it / Koffer gepakt, 14.4 kilo / Ik heb 26 kilo / Ik ben zoooo bang dat ik wat vergeet / Wat kun je nou vergeten? / Make up / Het wordt zo leuk! / Jaaaaa.


Ik zit in een heeeel groot huis / Wij ook :0 / Jullie ook je eigen badkamer enzo? / Nein / Ze hebben in de tuin gewoon een steenoven voor pizza’s hahaha / Slaap bij de 2 broers, en het bed is te klein / Mijn bed ligt als een houten plank


Ik ga zo meteen naar de Saint Paulo kerk ofzo (: / Ik ben net naar het huis van Petrarca geweest / Oh het was niet Saint Paolo maar St Antonio / Was het mooi? / Jaa, heel mooi. Er was ook een dienst bezig ofzo / Mee gezongen? / Ja helemaal / Ik heb ontbeten in een chocolaterie, echt overheerlijk / Aah chill /


Ik zit helemaal vol wordt echt volgepompt met eten hier / Ik oook, 3 gangen en een toetje / Alweer een warme maaltijd / Jippie... / Haha ze kunnen wel goed koken hier! / Jaa idd zooo lekker / Was 20:30 klaar met eten / Ik had lekker een salade / Ik heb diarree / Eindelijk even internet / 328 berichten nieuw hier / Ik zit hier midden in Padova. En ik heb wifi / Maaaaster / Het werkt ook nog snel / Feest / Als je wordt uitgenodigd naar de opa en oma van je host, niet gaan / Zij voeren je nog erger dan die mensen zelf.


Feestje van Martina hier in Padua, komt u ook? / Er zijn al veel dronken, niet echt gezellig... / Bowlen was ook echt super gezellig / Omg ik ben thuis / Trusten / Lekker koese.


Goedemorgen! / Chiao. Of zo / Ciao! Na een week had je dat moeten weten / Jajaja / Laatste dag, nog maar ff genieten / Ik denk dat we beter K3 aan het einde kunnen plakken / Posthumus? / Ok, we zetten K3 aan het eind / Yess / Wow hoezo veel eten maken / Omg iedereen heeft vet mooie dingen kom ik aanlopen met m’n mislukte wentelteefjes haha / Moeten we nog wat mee behalve eten? / Overalls? / Dus meneer u gaat ook nog een speech houden...


Alle instapkaarten zijn geprint / Neeeeeeeeee / Ik wil nog niet weeeeggg / Laten we express het vliegtuig missen / Ja idd / Hier zijn veel meer knappe jongens dan in NL / Heeft iemand ons geweldige optreden enzo gefilmd?


BEDANKT IEDEREEN VOOR EEN PRACHTIGE WEEK! / Jaaaa iedereen echt bedankt, mensen beter leren kennen met wie ik daarvoor nooit echt sprak. Was echt een super gezellige week! / Was super!! Bedankt!! / Was echt supeeer!! Zal dit nooit vergeten


(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 14-11-2013)

zondag 15 december 2013

Salarisschaal LC

Het is wel een dingetje, hoor, de salarisschaal waarin je zit. Aan de bovenkant van het spectrum heb je de vlak na de oorlog geboren LD’ers. Zij zitten comfortabel op het pluche van de ‘verworven rechten’, genieten een riant salaris, draaien gemiddeld twaalf uur per week en hebben dus genoeg tijd om te klagen over die vierhonderd vakantiedagen per jaar. Aan de onderkant vind je de LB’ers, de lesboeren. Zij vormen het proletariaat dat zich in veertiendehands Opel Corsa’s naar de onderwijsfabriek sleept om zich daar voor een habbekrats het snot voor de ogen te werken.

Voor de eenvoudige lesboer zijn er gelukkig wel mogelijkheden om hogerop te komen, maar de weg daar naartoe is nog nooit zo lang geweest. Eenvoudigweg goed lesgeven is niet genoeg. Je moet voldoen aan de eisen van de zogenaamde functiemix, criteria die soms slechts zijdelings met doceren te maken hebben.

Ik deed de afgelopen jaren mijn best, wachtte rustig op toenadering van mijn bazen, maar toen die niet kwam, besloot ik om tijdens mijn laatste functioneringsgesprek maar eens een balletje op te gooien. Zou het misschien mogelijk zijn dat ik, simpele lesboer met een eenvoudige wagen, eens een LC-functie – in dat schimmige gebied tussen de lesboeren en de lesadel – zou kunnen bekleden? Mijn pas aangetreden leidinggevende, al weer de vijfde die ik tegenkom in mijn zesjarige loopbaan, raadde mij aan te beginnen met het aanleggen van een map. Een bewijsvoering eigenlijk, om aan te tonen dat ik voldoe aan de gestelde criteria. Prestaties in het onderwijs tellen pas als ze op papier staan.

Er moeten dus scans gemaakt worden van cursuscertificaten en beoordelingen van leerlingen en leidinggevenden. Ik spit mijn inbox door op zoek naar bewijslast: projecten die ik heb opgezet en aaneen gecommuniceerd. Was er niet nog een compliment van een vader? Een bedankje van een leerling? Natuurlijk ben ik ook allerlei documenten uit het oog verloren. Waar ligt in hemelsnaam mijn geschiedenisbul?

Ik scan veter- en zwemdiploma’s. Misschien helpt het als ik mijn avondvierdaagsemedailles ook in de map stop? Is dat rijbewijs van Verkeerspark Assen nog wat waard? Kijk, ik deed in 1986 ook mee aan dat voetbaltoernooi voor F-jes in Houtigehage. Misschien verstandig om een kopie van het vaantje te maken?

Ik las de functieomschrijving van een LC’er en dacht, fukkeduk, daar hebben we weer zo’n lijst losse kreten. Na het lezen van de eerste zin – ‘draagt structureel kennis/expertise en vaardigheden over aan heterogene en/of complexe groepen en past daarbij uiteenlopende gedragsscenario’s toe’ – haakte ik al af. Ik weet namelijk wel wat men wil zien: een goedgevulde map met papieren prestaties.

En dat vind ik irritant. Ik had liever gezien dat mijn leidinggevende op mij af was gekomen en had gezegd, Posthumus, je bent al jaren goed bezig, misschien wordt het tijd voor een nieuwe tweedehands Volkswagen. Maar misschien is dat beeld te romantisch. Anno 2013 moet je gewoon een portfolio bij elkaar scannen.

Het kan ook te maken hebben met het feit dat ik nog geen enkele leidinggevende langer dan een jaar heb meegemaakt. De elkaar in hoog tempo opvolgende teamleiders hebben geen idee van wat ik vermag.

Maar kijk, ik ben dus begonnen – de scanner staat roodgloeiend. Ik graaf in mijn geschiedenis, want inderdaad, wat héb ik eigenlijk gedaan? Ik zal de map maar goed vullen. Uiteindelijk tellen prestaties alleen als ze op papier staan, hoeveel snot je ook voor de ogen hebt.   

In de personeelskamer grap ik wel eens dat ik al een LC-functie kreeg toen ik voor de LC columns ging schrijven. Ik wuif mijn ambities lacherig weg. Maar als ik eerlijk ben, tja, dan wil ik gewoon die nieuwe tweedehands Golf.

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 31-10-2013)

zaterdag 14 december 2013

Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van bieten tot bitcoin


Klik hier voor een opname van mijn vierde bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk hier en ontdek wat het geweldige programma nog meer te bieden heeft. 

donderdag 5 december 2013

Geëmoticoneerd groepsgesprek

Ze zei dat ze zich vroeger wel eens buitengesloten had gevoeld, omdat ze niet bij de groep hoorde. Maar nu was het goed. De vriendinnen hadden de kwestie uitgesproken in een groepsgesprek, zei ze. Een gezellig beeld nestelde zich in mijn hoofd, van jonge dames tussen stapels kussens en meisjesbladen, elk een flinke mok thee omklemd, snoepend van de schaal zelfgebakken koekjes en dan bijpraten en giechelen. Maar toen, als een flits, wiste de echo van haar laatste woord het knusse beeld in mijn hoofd. Oh, natuurlijk, een groépsgesprek.

WhatsApp is een tweede realiteit, parallel aan die van opstaan, naar school fietsen, lessen volgen, naar huis gaan en slapen gaan. Soms zelfs heeft een hele klas een groepsgesprek. Dat kan handig zijn als er een les uitvalt, maar de druk die het tegelijk oplevert moet gigantisch zijn. Altijd maar spitsvondig uit de hoek komen is een hele opgave. En je mag niets missen. Ik las dat pubers soms wel 600 berichten per dag binnenkrijgen. Zoveel persoonlijke berichten ontving men kortgeleden niet eens in een mensenleven.

Als ik vroeger thuiskwam van school, een kop thee had gedronken bij mijn moeder aan de keukentafel en de deur van mijn jongenskamer achter me dichttrok, liet ik de sociale wereld achter me. Deze schermgeneratie kent die rust niet meer. Zo simpel is het. Er hoeft maar één klasgenoot 's nachts iets te schrijven en de rest wordt wakker van het inkomende bericht. Gedeelde foto's, bedoeld voor een enkeling, zijn in een veeg doorgestuurd naar zulke groepen.

Een tweede meisje kwam vorige week betraand in de les. Ik nam haar even apart; ze vertelde dat ze ruzie had gemaakt met haar vriend. En ze had het deze keer behoorlijk verknald. Ik meende in mijn naïviteit natuurlijk dat ze buiten op het plein een fikse ruzie had gehad, maar nee, de woordenwisseling had online plaatsgevonden. Ze was duidelijk geëmoticoneerd – emotioneel door emoticons. Ik zei nog, maar ja, meid, pas toch op, je kan je ook niet genuanceerd uitdrukken op WhatsApp. Ik dacht, ga toch lekker bij elkaar zitten. Luister. Kijk. Voel. Ruik. Proef.

Het blijkt dat vooral meisjes veel tijd besteden aan social media. Games zijn het terrein van jongens. Jongens willen asociale actie, meisjes sociale interactie.

De nieuwe zedenzaak kan niemand ontgaan zijn. De kranten vroegen zich op de voorpagina's af wat de betrokken meisjes bezielde. De Volkskrant kopte: 'Waarom gaat meisje zo'n contact aan?', de NRC next: 'Waarom doet een meisje dit?'. Beide kranten gingen uit van het slachtoffer. Wat de pedofiel bezielt is geen vraag meer.

Maar inderdaad, waarom doen meisjes het dan? Volgens de Volkskrant is het hun fantasie die met ze aan de haal gaat. In plaats van met de onbereikbare Justin Bieber of gymleraar (of geschiedenisleraar natuurlijk) leggen ze het aan met de bereikbare onbekende 'groomer', waarvan ze denken dat het een aardige knul is. NRC next laat zien dat het delen van pikante foto's en filmpjes normaler aan het worden is. En dat sommige meisjes kwetsbaarder zijn dan andere. Viezeriken gooien honderden hengels uit en wachten tot een meisje bijt. De schermgeneratie is een gemakkelijke prooi. Het is aan ouders op te letten en het is aan de kinderen gewoon weer kind te worden.

Want meisjes, kijk nou eens om je heen in het klaslokaal of in de discotheek. Zien jullie ze niet staan, de onzekere, lieve, puistige Friese jongens die smachten naar jullie aandacht? Meer dan een zoen hoeven ze niet. En praat er daarna over met je vriendinnen, tussen stapels kussens, met een warme kop thee en zelfgebakken koekjes. Luister. Voel. Kijk. Ruik. Proef.

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 17-10-2013)




vrijdag 22 november 2013

Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Maan Tot LED


Klik hier voor een opname van mijn derde bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk hier en ontdek wat het geweldige programma nog meer te bieden heeft. 

Klik op akkoord om verder te gaan

Akkoord, er is een onderwijsovereenkomst. Een akkoord in muzikale termen gaat uit van minstens drie tonen. Die zijn er weliswaar, maar de grondtoon mist: de AOB, de belangrijkste vakbond, heeft niet ondertekend. Ach, zeggen de ondertekenaars, de vakverenigingen die wel tekenden zijn samen groter dan de AOB, en ze zongen in koor: wij zijn lekker met mee-eer!

Dat ondertekenen gebeurde op een zogenaamd smartboard, de vervanger van krijtborden en whiteboards, dat stukje vernuft dat inmiddels op de meeste scholen hangt. De ondertekenaars kregen zeer duidelijk de instructie de pen niet van het bord te halen tijdens het tekenen – van de onderwijspraktijk hebben ze immers weinig kaas gegeten.

Eerst zette de minister een handtekening. ‘Mooooi…’, aldus de aanwezigen. De paraaf van de staatssecretaris werd daarna ontvangen met een goedkeurende ‘Nice!’. Jan van Zijl van de MBO-raad had niet goed opgelet. Hij haalde de pen tijdens het tekenen van het bord. Hij verdedigde zich. Het was ook een moeizaam proces geweest.

Dat moeizame proces heeft geleid tot een akkoord waar docenten niet over mee mochten praten en dat dus nauwelijks draagvlak kent. In het voortgezet onderwijs is 61% van de docenten negatief over het akkoord. Top-down-management vindt op alle niveaus plaats.

In het akkoord springen vooral niet-concrete afspraken en halve waarheden in het oog. Er wordt blijkbaar een blik nieuwe leraren opengetrokken, maar waar moet dat blik met 3000 mensen vandaan komen en waar moeten ze dan naartoe? Gaat het hier om het huidige lerarenoverschot of over het komende lerarentekort? Of moeten die 3000 behouden worden, zoals ik ook lees. En hoe dan? En wie dan? En waar dan? In het primair of het voortgezet onderwijs? Zeg het! Ik wil duidelijkheid! Bovendien, die paar duizend, dat is een druppel op een gloeiende plaat.

De BAPO wordt afgeschaft, maar een overgangsregeling is er nog niet. En de diepbevroren nullijn blijft in 2014 eerst nog staan; er wordt weliswaar 34 miljoen beloofd om dit te verzachten, maar dat is een loonsverhoging van een bleek patatje oorlog en een frikadel speciaal per maand. 

Belangrijk onderdeel van het akkoord is de werkdruk. Hoewel, men is vooral voornemens de werkdruk te onderzoeken. Ik dacht dat het inmiddels wel zo klaar als een klontje was. Vergissing mijnerzijds. Het moet eerst onderzocht worden.

Mij is het wel duidelijk. Als ik de roosters van mijn collega’s bekijk, vallen mij vooral de vrije dagen op. Een flink aantal heeft zelfs twee vrije dagen in de week! Een buitenstaander zou denken: wat nou werkdruk? Allemaal parttimers met heel veel vakantie!

Ik werk 0,8 fte. Dinsdags ben ik vrij, maar ik vind het gewoon dat ik op dinsdagmiddag werk. Het duizelt me als ik ’s middags thuiskom, omdat ik zo’n 150 pubers heb gezien. ’s Avonds bereid ik na de aardappelen mijn lessen voor. Ik ben wat chagrijnig als ik zondagmiddag weer nakijk en vooruitwerk. Ik doe aan onderwijs in mijn vrije tijd. Ik werk 80 procent, maar feitelijk fulltime.

De werkdruk zit volgens mij niet zozeer in vergaderingen en papierwerk, zoals het akkoord suggereert. Tijdens vergaderingen kan ik eindelijk wat indutten en wat administratie betreft: we hoeven ons als docenten in het voorgezet onderwijs nauwelijks te verantwoorden. Dat doen onze directies voor ons. Dat zij daardoor niet aan onderwijs toekomen, is trouwens wél een probleem.

De werkdruk zit vooral in de vele lesuren voor grote klassen, in het voorbereiden in je vrije tijd, in onbezoldigde taken, in liefdewerk oud papier. Er is gewoon te weinig geld om tijd te maken. Wil je een eerste stap zetten op ‘de route naar geweldig onderwijs’, zoals het akkoord is gedoopt, investeer dan vooral in kleine groepen en stel wettelijk vast dat een voltijdbaan maximaal 20 lesuren omvat.

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 03-10-2013)

De kogel door de moskee

De kogel is door de moskee. Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker heeft besloten de subsidiëring van het Ibn Ghaldoun in Rotterdam te stoppen. Lekker op tijd kun je zeggen, had je dat niet voor aanvang van het nieuwe schooljaar kunnen laten weten, meneer de staatssecretaris? Op 9 augustus werd het doorslaggevende inspectierapport al vastgesteld. Moest het definitieve besluit nou zo nodig ‘over de zomer heen getild’ worden? Maar goed, zomerreces is zomerreces en die 700 leerlingen konden wel even wachten. Nu staan ze in de eerste weken van het nieuwe schooljaar op straat en moeten ze uitkijken naar een nieuwe school. Meteen weer een achterstand.

In het grote plaatje kwam het besluit sowieso te laat. Uit het vorige week verschenen inspectierapport blijkt opnieuw dat het Ibn Ghaldoun rammelt en altijd gerammeld heeft, nieuwe, welwillende bestuurders ten spijt.

Dat is jammer, want met het besluit valt het doek voor het islamitisch voortgezet onderwijs in Nederland. Basisscholen op islamitische grondslag zijn er nog wel, maar vanaf 1 november is er geen enkele islamitische middelbare school meer in Nederland. Exit Mohammed.

Moslims hebben vanzelfsprekend het recht op eigen scholen, natúúrlijk zou ik willen zeggen, maar hoe je het ook wendt of keert, ze hebben de schijn tegen. Dat heeft verder niets te maken met de publieke opinie of beeldvorming, nee, afgelopen jaren bleek uit verschillende onderzoeken dat niet alleen op het Ibn Ghaldoun, maar ook op diverse andere scholen van islamitische signatuur op grote schaal gesjoemeld werd met geld. Familieleden en imams stonden op de loonlijst, medewerkers werden te hoog ingeschaald en er werden niet-educatieve pelgrimstochten naar de mohammedaanse bakermat geboekt. In 2008 schreef de onderwijsinspectie dat op maar liefst 86% van de islamitische scholen in Nederland gefraudeerd werd. Bijna de helft van de scholen stond te boek als ‘zwak’ of ‘zeer zwak’.

Uit het vorige week gepubliceerde onderzoek van de inspectie blijkt dat, ondanks het strenge toezicht, van verbetering nauwelijks sprake is. Er is een schuld van maar liefst 4,5 miljoen euro ontstaan, meer dan de helft van de docenten is onbevoegd, docenten spreken niet goed Nederlands, het gebouw en de materiële voorzieningen zijn kwalitatief onder de maat en de examenresultaten vertonen een neerwaartse lijn. De diefstal en verspreiding van eindexamens is in dit beeld niet eens meer verrassend te noemen, maar had wel voorkomen moeten worden door eerder ingrijpen.

In het rapport lees ik dat interim-managers kwamen en gingen. Maar liefst een half miljoen euro werd besteed aan deze falende puinruimers. Dat meer dan de helft van de docenten onbevoegd is, verbaast me overigens niet: in een stad als Rotterdam is het immers sowieso moeilijk goede docenten te vinden, laat staan docenten die passen bij de islamitische identiteit. Wat betreft de talen waren in de havo- en vwo-bovenbouw alleen de docenten Arabisch eerstegraads bevoegd.

Betrokkenen zijn verbolgen over deze uiterste consequentie. Natuurlijk zijn ze dat. Het Ibn Ghaldoun is de laatste school voor islamitisch voortgezet onderwijs in Nederland. Om te blijven bestaan werd bij de toelating en doorstroming niet zelden een oogje toegeknepen; cijfers werden kunstmatig omhoog bijgesteld. Maar dat houdt natuurlijk eens op.

Bedroevend is het dat de examenfraude blijkbaar nodig was om alle misstanden aan het licht te brengen. Hoe zit dat op andere, niet-islamitische scholen die onder streng toezicht staan? Moet de inspectie daar de boel niet eens goed doorlichten?

De sluiting is terecht en een doorstart heeft volgens mij geen kans van slagen. Ik hoop niettemin dat er een toekomst is voor islamitische middelbare scholen. Maar dan met bevoegde docenten, met mooie resultaten, met een goed gebouw en met bescheiden schoolreisjes naar het Rijksmuseum.


(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 19-09-2013)

Passend Onderwijs

“Ik denk soms heel lang na over grote verbanden”, zei de leerling. “Ik weet niet of meer leerlingen dat doen. Weet u dat?” Ik antwoordde hem dat volgens mij de meeste van de andere leerlingen snel afgeleid werden door hun klasgenoten, hun telefoon en computer, of dat ze zich verloren in oppervlakkige balorigheid. Bovendien, ze voelden daartoe ook niet die sterke drang die hij voelde. Ik zei hem dat hij hierin toch best bijzonder was.

Hij wijkt af van de rest van de klas omdat hij PDD-NOS heeft. Andere leerlingen wijken af, omdat ze rood haar hebben. Of omdat ze heel goed zijn in voetbal. Of geboren zijn in een ver land. Of gescheiden ouders hebben. Maar PDD-NOS is een afwijking die opgenomen staat in de DSM, de Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorders, dat dikke Amerikaanse boek waarin ook ‘afwijkingen’ als het Syndroom van Asperger en ADHD zijn opgenomen en dat dit jaar zijn vijfde update beleefde. In het speciaal onderwijs is mijn leerling een zogenaamde cluster-4-leerling: in dit geval iemand met een autismespectrumstoornis.

Wat afwijkingen betreft geldt overigens altijd: als de meerderheid het heeft, is het geen afwijking of ‘stoornis’, en dus krijgt het geen stempel. Waarom worden mensen die zich met een torenhoge hypotheek in de schulden steken niet voor gek verklaard?

Het aantal zorgleerlingen in onze bovenbouw is nu nog op de vingers van één hand te tellen, maar per 1 augustus 2014 zal dat veranderen. Vanaf dan zullen reguliere scholen binnen een samenwerkingsverband met andere scholen ‘bijzondere’ leerlingen een passende onderwijsplek moeten geven. Het zogenaamde ‘rugzakje’, een leerlinggebonden som geld, komt te vervallen. De samenwerkende koepel krijgt een budget dat ze naar eigen inzicht verstandig moeten besteden.

Hipste rugzak op school anno 2013 is van het Engelse merk Eastpak. Soms hebben leerlingen de bovenste twee dwarsstreepjes van de E donkergekleurd, zodat er ‘Lastpak’ staat: dat is vast dat rugzakje van die zorgleerlingen, vermoed ik.

Rugzakje van zorgleerling

Vanaf volgend jaar wordt veel van ons docenten verwacht: wij spelen binnen deze verandering een centrale rol, omdat wij de kinderen dagelijks begeleiden.

Daarop moeten we worden voorbereid, want inderdaad, ik heb het nog niet helemaal onder de knie. Toen ik na het gesprek afscheid nam van de leerling zei ik met ironische ondertoon: ‘Ik moet nu echt weg, ik heb een vergadering en dat vind ik toch zo ontzéttend leuk, vergaderen!’. ‘Oh ja?’, was zijn antwoord in alle ernst, ‘u vindt vergaderen leuk?’

Mijn school neemt de toekomstige ontwikkelingen van het Passend Onderwijs heel serieus. Daarom werden alle docenten al in de eerste schoolweek bijeengeroepen voor een presentatie over zorgleerlingen in het algemeen, maar die op onze school in het bijzonder. Ik keek om me heen: ik wist zeker dat als mijn collega’s in de huidige tijd groot waren geworden, er een aantal van een stempel zou zijn voorzien. Niet iedereen kon de aandacht er bij houden.

We kregen karakterschetsen van de leerlingen die veel overeenkomsten vertoonden, maar ook individuele verschillen. Ons werden eenvoudige handreikingen gegeven hoe we zouden kunnen reageren in bepaalde situaties. Docenten moeten bijvoorbeeld altijd duidelijk en eenduidig zijn in instructies, moeten emotioneel neutraal in hun benadering zijn en moeten heldere afspraken maken. Dat was gelukkig een duidelijke instructie.

Maar wat vooral bleek, is dat de ene zorgleerling de andere niet is en dat we vooral hun kwaliteiten aan moeten spreken.

De bijzondere leerling liet me zijn hobby’s raden aan de hand van twee data uit de vaderlandse geschiedenis: “10 juli 1584 en 20 september 1839”. De moord op Willem van Oranje herkende ik gelijk, de aanleg van de eerste Nederlandse spoorlijn iets later. Zijn hobby’s? Binnenlandse politiek en treinen. Geweldig.  

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 05-09-2013)

zaterdag 26 oktober 2013

Glasnost / Geschiedenis van alledaagse dingen / Van Pruikentijd tot Justin Bieber-kapsel




Klik hier voor een opname van mijn tweede bijdrage aan het radioprogramma Glasnost. Of kijk op de website (ook voor andere programmaonderdelen).

donderdag 24 oktober 2013

Alle Gekken Binne Wolkom

Klik hier voor de opname van het nummer Alle Gekken Binne Wolkom. 

Alle Gekken Binne Wolkom - tekst

Sjong dyn fredesliet
bliuw by dyn wurd
dat'st altiid preeke hast.

Doch it net, lit it nea gean
Die moaie tiid
diet'st sa helder yn de holle hast

Dream, fan it hea,
droech op 'e wein
en in pilske nei de tiid.

En de sinne is in bol fan goud,
alle gekken binne wolkom hjir.

De dei begjint
it feest giet oan.
Mar wat wit hoe't it rint?
Moast net útgean fan moarn.
De famkes wachtsje,
hja wachtsje op dy!

Smiet, nochris in stien
yn de poel
sirkels driuwe fan dy ôf.

Sa kin it gean. Wat hast by’t ein?
It set útein, it wurdt mar grutter
en mar grutter

De dei begjint
it feest giet oan.
Mar wat wit hoe't it rint?
Moast net útgean fan moarn.
De famkes wachtsje,
hja wachtsje op dy!

Nim dyn famke mei nei it feest
En dûnsje hiel de nacht.
Oant de dei de sinne bringt,
En it ljocht.
Alle gekken binne wolkom hjir.


dinsdag 15 oktober 2013

Ik moet u even corrigeren

‘Ik heb dit nog nooit beleefd, moet ik u zeggen, maar ik vind het alleraardigst!’, zei de docent aan de andere kant van de lijn, ‘ik heb de literatuur er maar even bij gepakt.’ Ik had mijn commentaar op zijn eerste correctie nauwgezet uitgewerkt en hem gemaild. We waren vrij snel klaar. Hij was verrast, maar verheugd dat we tot een serieuze, inhoudelijke discussie kwamen. Zijn reactie kwam overeen met die van een andere docent, een jaar geleden, die me toevertrouwde dat hij het in 22 jaar nog nooit had meegemaakt dat er kritiek kwam op zijn correctiewerk.

De respons van beide heren representeert de deplorabele staat waarin de tweede correctie verkeert. Ingesteld om een nauwkeurige beoordeling van het examenwerk te verzekeren, is de tweede correctie verworden tot een tijdrovende, maar slecht betaalde rotklus waar veel docenten zich liever met een jantje-van-leiden van afmaken. 

De eerste docent kijkt het werk opportunistisch na en haalt wat er te halen valt. Het is aan de tweede corrector dat opportunisme te temperen en de te ruime score te corrigeren, maar dat gebeurt zelden. Het CITO kwam vorige week in een onderzoek na een onafhankelijke ‘derde correctie’ bij sommige vakken gemiddeld meer dan een punt onder het vastgestelde cijfer. De praktijken van de islamitische onderwijsunderground zijn frauduleus, maar deze gang van zaken is dat net zo goed. 

Dat veel docenten zich weinig moeite getroosten de tweede correctie serieus en met de volle aandacht te doen, verbaast mij geenszins. Kijk, als je docenten afscheept met een vakkenvulloon van maximaal 40 euro per nagekeken klas, ongeacht de bewerkelijkheid van een vak, dan werk je nalatigheid in de hand. Ik verdiende zelfs een beter uurloon toen ik als tiener in de zomerperiode aan de lopende band bollen pelde in Noord-Holland en het mag als algemeen bekend verondersteld worden dat bollen pellen minder fraai werk is dan examens corrigeren.

En dan dit: docenten worden betaald per schoolsoort. Iemand met een vmbo-, een havo- en een vwo-klas verdient dus driemaal meer dan iemand met drie vwo-klassen, terwijl het aantal gewerkte uren nagenoeg overeenkomt. Bovendien, de taalexamens zitten vaak vol met meerkeuzevragen waarvan het aantal geantwoorde letters nog niet eens één antwoord van het geschiedenisexamen kunnen vormen. De open vragen van de zaakvakken resulteren in een nakijkklus die meerdere dagen in beslag neemt. Toch is de vergoeding gelijk. Nee echt, de huidige staat van de tweede correctie is een lachertje.

Het resultaat is dus dat docenten het toegestuurde werk helemaal niet of steekproefsgewijs doornemen – ze zijn al blij dat de eerste correctie erop zit en voor 40 euro lopen docenten zich nou niet echt het vuur uit de sloffen. Kritisch zijn betekent gedoe. En een docent wil niet nog meer gedoe aan het eind van het schooljaar. Daarom is het een zeldzaam beeld aan het worden, de driftige, maar keurige docent die een hele avond aan de telefoon hangt, omdat hij alle antwoorden letterlijk voorleest en van commentaar voorziet. Mocht de tweede correctie ooit nog eens serieus genomen worden, dan hoop ik dat men gaat e-mailen. Telefoneren is zó 1999.

Als staatssecretaris Dekker de huidige behandeling van de tweede correctie inderdaad ‘onaanvaardbaar’ vindt, dan moet hij niet de oplossing in de correctieprocedure zoeken, maar er serieus voor gaan betalen. Zijn idee, de eerste correctie door een ‘vreemde’ docent laten doen en de tweede door de eigen docent, is goed. Een ander idee, de examens dubbelblind corrigeren door een gescande versie naar de tweede corrector te sturen, is niet verstandig, want een kwetsbare procedure.

In elk geval is de betaling per schoolsoort, het gelijkschakelen van bewerkelijke en minder bewerkelijke vakken en de schamele vergoeding niet een houdbare situatie. 

(gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 27-06-2013)